De dag voor kerst…

Het is voor mij één van de mooiste liedjes van Leonard Cohen en met mij voor vele anderen.

There is a crack, a crack in everything
That’s how the light gets in

Hoe fijn de woongroep voor mijn zoon ook is, ook daar ontkomen ze niet aan ‘barsten.’ Van de week slingerde mijn zoon met boosheid, verdriet en frustratie de begeleiders naar het volgende naar hun hoofd. ‘Ik vertrouw jullie niet meer, ik voel me niet veilig bij jullie!’

Het kwam keihard binnen, zowel bij de begeleiders als bij mij toen ik het hoorde. Mijn man merkte rustig op dat wijzelf en de begeleiding blij mogen zijn dat hij het eruit gooit. De jaren ervaring van mijn man in als teamleider in de sociale werkvoorziening geven hem een nuchtere, realistische kijk op dit soort zaken.

Teveel details over de oorzaak kan ik niet vertellen.. Het gaat niet alleen over mijn zoon. Maar ook over een andere jongen die oorspronkelijk van een gesloten groep komt en mede daardoor nu steeds meer de grenzen opzoekt bij zijn groepsgenoten en de begeleiding. Met zijn voelsprieten voelt mijn zoon de onmacht van sommige begeleiders aan.

Het levert bij mij een scala van gevoelens op en weer vele slapeloze nachten. Voor mijn zoon, voor zijn groepsgenoot die ik ook zo graag een warme, veilige woonplek gun. Maar zeker ook met de begeleiders en ik duik in mijn herinneringen terug naar bijna 40 jaar geleden. Ik werkte zelf op een groep met verstandelijk gehandicapten en ik had ook zoveel moeite met de bewoners die de grenzen op konden zoeken. Als ik dan te maken had met agressie voelde ik aan hoe sterk ze waren, maar het belangrijkste, hoe onzeker ik toen zelf was. Ik durfde het niet goed te delen met collega’s en voelde me vaak eenzaam staan doordat iedereen het makkelijk leek te handelen behalve ikzelf. Nu, jaren later en iets wijzer geworden weet ik dat het niet zo was. Dat mijn collega’s van toen ook hun onzekerheden hadden. En in het gesprek met de begeleiders van mijn zoon die wel dat natuurlijke overwicht hebben, voelde en hoorde ik dat ze niet alleen de jongens maar ook hun collega’s graag willen helpen en steunen. En op de één of andere manier geeft mij als moeder vertrouwen dat het wel goed komt al is het geen makkelijke weg.

Ondertussen kon ik verder alleen maar luisteren naar mijn zoon. Ik dacht hardop dat je nu eenmaal een ander zijn gedrag niet kunt veranderen maar alleen invloed hebt op dat van jezelf maar ik hoorde zelf hoe weinig zeggend dat is voor mijn zoon die zo heftig kan reageren op het groepsgebeuren en op situaties waarin hij niet de controle kan houden over de situatie en zichzelf en opmerkelijk is zijn begrip voor zijn groepsgenoot hierin. Herkent ook dingen in het gedrag. Zijn uitroep was gericht op de begeleiding en was eigenlijk een vraag… geef ons duidelijkheid en veiligheid, wij kunnen dat zelf niet alleen!

Gisteren luisterde ik op weg naar mijn zoon naar The big Four op BNR. Deze keer was Fleur Ravensbergen te gast die als 25 jarige begon als bemiddelaar in gewelddadige conflicten, geboeid luisterde ik naar het interview. Op de vraag of ze nog tips had om gewone huis, tuin en keukenconflicten op te lossen moest ze lachen. ‘Mensen denken altijd dat ik daar ook goed in ben, maar het tegendeel is waar.’ Luisterend naar deze uitzending wenste ik dat ik jaren geleden met de kennis van nu had kunnen handelen. Opmerkelijk was dat ze refereerde aan haar moederschap, ze heeft vier kinderen, dat helpt haar om de mensen aan de overkant van de onderhandelingstafel als mens te blijven zien welke gruweldaden ze ook op hun geweten hebben. Ze zijn hoe dan ook zelf ook kind geweest en hebben of hadden een moeder. En zijn mede gevormd door de gruwelen die ze zelf hebben meegemaakt in een cirkel van geweld.

Met een misschien een beetje een vreemde gedachtegang moest ik weer denken aan kerst, aan het kerstverhaal van Gods Zoon die als een kwetsbaar kind geboren werd in een wereld vol barsten.

https://www.bnr.nl/player/audio/10175040/10428814

Lang geleden kocht ik een boekje van Edna Hong. ‘Bethel lag in Duitsland.’ Het is een waargebeurd verhaal over een verwaarloosd kind wat geboren wordt in de jaren ’30 in Duitsland. Hij heette Gunther. Een van de mooiste kerstverhalen die ik ooit las wordt hierin beschreven.

Gunther werd geboren met een zware vorm van Engelse ziekte die verergerde doordat hij verwaarloost werd door zijn familie. Al jong werd hij door hen naar ‘Bethel’ gebracht. Oorspronkelijk was dit een onderzoeksinstituut voor mensen met zware epilepsie. Echter door de sancties van de eerste wereldoorlog werd Duitsland extra zwaar getroffen door de wereldwijde crisis. Door opkomst van de nazi’s die weinig mededogen kende met hun beperkte medemens, maakte dat ‘Bethel’ een vluchthaven werd voor vele verstandelijk en/of lichamelijk gehandicapte volwassenen en kinderen.

De verwaarloosde Gunther die nauwelijks kon praten werd in het begin geplaatst in een groepje van verstandelijk beperkte kinderen waar hij vriendschap sloot met Kurt, een jongen met zware epilepsie waar toen nog weinig medicijnen voor waren. Kurt zou niet meer lang leven.

Met kerst kwam de dominee naar het groepje toe om kerst met hen te vieren. Gunther, die verdriet had om Kurt schreeuwde in zijn verdriet een vraag naar de dominee. ‘Waarom vieren we eigenlijk kerst?’ De dominee werd geraakt door het peilloze verdriet van het kind en was even stil, waarop Gunther zelf nog opmerkte, ‘Overal zit een barst in!’

‘Jullie moeten me even helpen kinderen,’ vroeg de dominee toen. ‘Waarom vieren we eigenlijk kerst?’

Ieder kind was bereid om mee te denken en gaf antwoord wat bij hun eigen beperking paste maar als laatste gaf een meisje wat eigenlijk altijd heel erg in haar eigen mistige wereldje zat met weinig heldere momenten haar antwoord, ‘omdat overal een barst in zit.’

Dit verhaal past zo mooi bij het lied van Leonard Cohen.

In de week voor kerst zat ik met dit lied en het verhaal van Gunther in mijn hoofd. Voor het eerst sinds jaren voelde ik weer een soort toeleven naar de kerstdagen van binnen. Juist nu tijdens dit voor iedereen rare jaar en veel mensen met hun kersttradities creatief om moeten gaan vanwege de maatregelen tegen corona. Vaak voelde kerst voor mij sowieso al zo ver weg, juist door de reclames waarmee we overspoelt werden om maar veel te kopen, de mierzoete plaatjes van families rond een overdadige tafel enz. Was het jaloezie doordat mijn jongste zoon toen nog thuis woonde en hij juist met de feestdagen zo zwaar overprikkeld raakte? Of was het gewoon een hele andere wereld dan die wereld van de kerstvieringen die de huiskamer in kwamen via de televisie en waren we zo aan het overleven dat voor kerstsfeer weinig ruimte was vanbinnen. Wie zal het zeggen? De kerst die in het verhaal van Gunther beschreven werd was hierdoor zo herkenbaar. En niet alleen voor ons. Door de hele mensheid lopen zichtbare en onzichtbare barsten. Daarom luister ik nog maar eens naar het liedje van Cohen en zing het refrein mee…

Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything
That’s how the light gets in

Spanning, paniek en een zonnestraal

Eerst de zonnestraal…

Gisteren heeft mijn zoon voor het eerst een therapiesessie gehad en in gedachten was ik er natuurlijk veel mee bezig. De therapeut had één en ander, met de tips die ze vorige week in de gesprekken had verzameld, goed voorbereid door een mail met de planning te sturen. De begeleiding had deze mail samen met hem doorgenomen. Er stond een duidelijke structuur en daarbinnen mocht hij zelf één activiteit kiezen.

Eén van de activiteiten was het maken van een tekening. Thuis gebruikte mijn zoon meestal een pen maar gisteren lagen er kleurpotloden. Hij liet trots zijn kunstwerk zien met één van zijn favoriete figuren in de hoofdrol, een beetje een horrorachtig wezen, met de naam Siren Head.

Siren head

Verder was hij bij de dieren geweest en kennis gemaakt met de nieuwe cavia’s. De alpaca’s hadden geprobeerd aan zijn jas te knabbelen, dat was niet zo fijn dus hij had geleerd zijn hand op te steken en stop te zeggen. Dat ging prima vertelde hij trots. Hij had zelfs zijn hoofd tegen het grote paard gelegd en had een eitje gekregen van de krielkipjes om thuis een omeletje mee te bakken.

Een groot gedeelte had ik al per mail vernomen en in de apps die ik van de woning had gekregen. Maar genietend luisterde ik naar zijn eigen versie van alle belevenissen.

Onderweg naar Elburg deze ochtend gaf het dashboard ineens de waarschuwing dat ik de bandenspanning moest controleren. Nu was mijn persoonlijke spanning juist een beetje te hoog. Mijn schoonouders hebben verhuisplannen en willen samen met mijn zwager die veel zorg nodig heeft in een ander huis gaan wonen in onze regio. Mijn man maakt zich daar heel veel zorgen over. Mijn schoonouders zijn nog fit maar toch al op leeftijd en hij ziet ze al van de trap af vallen of één van hen helemaal alleen achterblijven met de zorg rond mijn zwager. Natuurlijk begrijp ik zijn zorgen maar de huidige situatie is ook niet ideaal. In de avond stapt mijn schoonvader nog op zijn fiets om door het centrum van de grote stad waar ze wonen naar mijn zwager te fietsen. Daar maak ik me juist erg ongerust over en de gesprekken hierover beginnen hun tol te eisen.

Verder waren we deze week naar het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam geweest en had ik veel gewerkt. Door een gesprekje met een oud collega op facebook werd ik me er ineens bewust van dat ik eigenlijk altijd probeer de slingers en lichtjes op te hangen, net als in het bekende gedicht van Toon Hermans. Blijkbaar moet ik even een stapje terug doen en mijn lief de ruimte geven om zich zorgen te mogen maken. Mijn moeder is daar een echte kunstenares in geworden, zij geeft mensen graag de ruimte om hun eigen leven te leven. ‘Als je ouders er nou rust mee krijgen,’ had ze een keer tegen mijn man gezegd. ‘Dat is zoveel waard.’

Natuurlijk had ik me juist vanmorgen verslapen, op advies van mijn man appte ik naar mijn zoon en de woning dat ik een uurtje later zou zijn. Beter dan te jachten om toch nog op de gewone tijd te arriveren. Nu kon ik nog even rustig koffie drinken en ontbijten om redelijk relaxt in de auto te stappen. Tot het berichtje op het dashboard…

Voorzichtig vervolgde ik mijn weg naar Elburg om daar naar mijn man te appen. ‘Welke band is het?’ Vroeg mijn man.

‘Dat zei het dashboard er niet bij hoor,’ appte ik terug.

‘Je moet even bij een benzinepomp of garage de bandenspanning meten en de banden oppompen,’ kreeg ik als antwoord.

In mijn maag kwam een akelig bekend gevoel op en ik voelde me misselijk, benauwd en mijn vingers begonnen te tintelen. Het was een hele tijd geleden dat ik zo in paniek was geraakt. Ik heb dat vaker als ik onbekende handelingen moet doen of naar onbekende adressen moet rijden. Toen mijn zoon nog thuis woonde had ik ze zelfs bij bekende handelingen en autoroutes maar sinds hij zo’n fijne plek heeft komt het veel minder voor.

Rustig blijven Anneke, sprak ik mezelf toe. Wat doe je als je een handeling op je werk moet doen waar je tegenop ziet? Dan zoek je het op in de protocollen en op internet. Met trillende vingers zocht ik bandenspanning op en las de meest vreselijke gevolgen van een te lage bandenspanning maar de handeling zelf leek mee te vallen.

‘Gaat het wel mama?’ Vroeg mijn zoon.

Ik legde de situatie uit. ‘Wil jij mee om me te helpen?’ Vroeg ik. Vriendelijk gaf hij mij een schouderklopje, ‘natuurlijk wil ik dat maar ik weet zeker dat je het kunt hoor.’

Aan de begeleiding vroeg ik of er een benzinepomp met een luchtpomp in de buurt was. Ik let eigenlijk nooit op die dingen. De begeleiding vertelde waar ik gratis de banden kon controleren en samen gingen mijn zoon en ik op weg. ‘Je ziet het zeker niet?’ Vroeg mijn zoon die een rondje om de auto had gelopen voor hij instapte. Ik wees hem aan hoe het dashboard werkte. ‘Kijk,’ merkte hij op. ‘Het is de rechterachterband,’ Beduusd keek ik naar de afbeelding van de auto waar de rechterachterband op knipperde naast de tekst. Hoe kon ik die over het hoofd zien? ‘Dat komt door al mijn games,’ lachte mijn zoon. Daar knipperen ook allerlei dingen waar ik dan op moet letten.’

De pomp vonden we snel genoeg en peinzend bekeken we de luchtpomp. Ik toetste de luchtdruk in die mijn man had doorgegeven. Bij zuurstof flessen noemen we dat Barr maar ik weet niet hoe het bij zoiets heet. ‘Dat lijkt nogal simpel,’ merkte ik op en drukte de slang tegen het ventiel tot er een piepje klonk. We keken elkaar aan. ‘Zou dit het zijn?’ vroeg ik aarzelend. Bevestigend knikte mijn zoon, ‘ik denk het wel hoor.’

En ja, het dashboard gaf geen onregelmatigheden meer aan toen ik de motor startte. Opgelucht keken we elkaar aan. ‘Ik zou gelijk maar tanken,’ merkte mijn zoon op. Hij wees op de nog halfvolle tank, dankbaar voor zijn hulp en om zijn zelfvertrouwen te bevestigen reden we later met een volle tank weg.

Op de terugweg dacht ik aan een cliënt op mijn werk. Zij had me eerder deze week verteld dat ze een paniekaanval had gehad bij de tandarts. ‘Wat akelig,’ leefde ik mee. ‘Hoe kwam het?’

‘Ik was als de dood dat ze de verkeerde kies zou trekken.’ Vol schaamte keek ze me aan. ‘Wat onzinnig hè?’

‘Niet onzinnig hoor,’ reageerde ik. ‘Paniekaanvallen overvallen je gewoon, daar kunt u echt niets aan doen.’ Maar toch… ook het gevoel van schaamte herken ik. Het is zo akelig om zo de controle over jezelf te verliezen. Ik was er vandaag zelf ook wat stilletjes van en van slag.

Ga je mee verdwalen…

Deze wandelpin heb ik een paar jaar geleden op de kop getikt en de spreuk is me altijd blijven fascineren. Kun je wel verdwalen als je de weg weet?

Na een doorwaakte nacht die ik af en toe nu eenmaal heb, ik beschouw het zelf maar als gevolg van de jaren dat ik als vaste nachtdienst werkte, besloot ik met de trein naar mijn zoon te gaan. Die woensdagochtend troffen mijn medepassagiers en ik een spraakzame conducteur die uitgebreid instructies gaf over de verplichte mondkapjes in de trein en ook op het station. Een slokje drinken en een hapje mogen nog… maar laat het mondkapje niet af tot Groningen. Dan kunnen we met z’n allen nog een gezellige kerst vieren. Ik keek naar de mandarijnen en mueslibollen in mijn tas. Wat is een hapje? Hoe lang staat daarvoor eigenlijk? Een gezellige kerst? Maar daarna dan? Beetje verbouwereerd keek ik rond en liet de mandarijnen maar in mijn tas, want al had ik het idee dat een mandarijn een toegestaan ‘hapje,’ was, op de één of andere manier zou deze gezonde snack minder lekker smaken als anders. Eigenlijk ben ik best verslaafd aan fruit en eet het de hele dag door.

In Amersfoort, tijdens de overstap naar Nunspeet liep er een jongeman langs in een jack met camouflageprint, zonder mondkapje, dat valt nu eigenlijk wel erg op. Peinzend keek ik hem na. Op de rug van zijn jas zat een fel oranje strook met Black Matters erop, of het live ertussen stond kon ik niet lezen. Zou hij een activist zijn en dan misschien in alles, vroeg ik me af? Dus ook tegen mondkapjes, of zou hij geen geld hebben om ze te kopen? Ik voelde in mijn zakken maar er zaten alleen gebloemde mondkapjes in mijn zak. Bij de gedachte aan een gebloemd mondkapje boven zo’n stoere jas moest ik glimlachen, ik heb ze maar niet aangeboden.

In Nunspeet haalde ik een ov fiets uit de kluis. Normaal gesproken ga ik met de bus maar nu had ik aansluitend een afspraak in een dorp tussen Elburg en Nunspeet in, een eind buiten de bebouwde kom. Het was een afspraak die ik niet wilde missen met de therapeute en initiatiefneemster van de nieuwe dagbesteding, een gedragsdeskundige en de persoonlijk begeleidster van mijn zoon. Een fiets huren leek me de makkelijkste oplossing en ondanks de mist was het heerlijk om te fietsen. In een halfuur was ik in Elburg en genoot daar van een vers kopje koffie met mijn zoon. Samen keken we een paar afleveringen van de ‘Kleine Rode tractor,’ de vriendelijke omgangsvormen in deze serie voor jonge kinderen en de gelijkmatige karakters spreken mijn zoon nog steeds aan. Daarna wandelden we naar onze vaste haringboer in Elburg door wie we enthousiast werden begroet.

Verder op was er iemand voor een winkel metalen buizen aan het zagen. ‘Staat u nu heel de dag in de herrie?’ vroeg ik de haringboer. ‘Ach, het is niet altijd,’ antwoordde hij met de kenmerkende gemoedelijkheid van de streek. Mijn zoon liep naar de klussende man toe om te vragen wat hij aan het maken was, ondertussen vroeg de haringboer hoe mijn zoon zo in Elburg terecht was gekomen en vertelde in het gesprek wat volgde over alle initiatieven die hij in Elburg kende op dat gebied. Dat waren er nogal wat en we hadden een gezellig gesprek tot mijn zoon het koud kreeg en weer terug wilde wandelen. ‘En wat was die andere meneer aan het klussen?’ vroeg ik. ‘Ik begreep het niet goed,’ bekende mijn zoon. ‘Maar hij was wel aardig. Vroeger had ik dat niet gedaan hè? Dan was ik niet eens in de buurt gekomen van iemand die zoveel herrie maakte.’ Mensen met autisme zijn vaak overgevoelig voor geluiden en we herinnerden ons allebei de momenten dat we omwegen hadden gemaakt Of dat afspraken bij onverwachte hindernissen met herrie helemaal niet door waren gegaan. Ook het geschreeuw van hemzelf naderhand, alsof hij met zijn eigen herrie de herinneringen aan de herrie op straat wilde overstemmen en zeker de periode rond de feestdagen met het vuurwerk, waren altijd heftig.

Stralend keek hij me aan, terecht trots op zichzelf.

Een paar uur later fietste ik opgewekt naar het dorp waar ik zijn moest. Dat het maar goed was dat ik niet met de auto was gegaan merkte ik toen ik bij een rotonde er maar net op tijd erg in had dat ik geen voorrang had. De doorwaakte nacht begon zich te laten gelden. Ik trapte stevig door om weer wakker te worden. Optimistisch had ik ingeschat dat ik de weg nog wel zou weten omdat mijn zoon en ik een paar weken ervoor samen hadden kennisgemaakt, maar toen was ik met de auto. Moest ik nu hier al afslaan, vroeg ik me twijfelend af… na navraag bij een paar wandelaars besloot ik de half verharde zijweg in te fietsen. Langs het erf van een boerderij waar een blaffende hond me liet schrikken. Rustig doorfietsen Anneke, adviseerde ik mezelf, blaffende honden…

Verder op kwam ik tot mijn verassing bij een heel ander huisnummer dan ik verwachtte en ik besloot naar A, de organisator van het gesprek te bellen. ‘Wat vervelend, en ik schaam me om het te bekennen want ik woon hier, maar ik weet zelf ook nooit zo goed hoe de nummeringen lopen,’ vertelde ze. ‘Maar F (de begeleidster van mijn zoon) zag je fietsen en vroeg zich al af waar je heen ging. Zij komt je tegemoet met de auto. Dan fiets ik weer terug naar de weg waar ik vandaan kom,’ sprak ik af. De hond was ik even vergeten maar helaas, hij mij niet. Nu had hij me sneller in de gaten, blaffend en grommend stond hij midden op het pad. Ik overwoog of hij misschien gewoon enthousiast was of het echt meende maar ik durfde het risico niet te nemen. Ik keerde om en besloot het pad uit te fietsen, op gevoel nam ik nog een afslag. Nee, dit kwam me ook niet bekend voor… Gelukkig wandelden er in de verte twee wandelaars en die bleken een begeleidster en een cliënt te zijn van de dagbesteding waar ik zijn moest. Met hun aanwijzingen kwam ik binnen vijf minuten uiteindelijk op mijn afspraak.

A geeft pm(k)t (psychomotorische (kind) therapie) Waar ik heel blij mee ben gezien de houterige grove en fijne motoriek van mijn zoon. Fijn dat er aandacht voor is. Hij start met 1x in de week drie kwartier therapie en in het nieuwe jaar met dagbesteding. Het wordt heel rustig opgebouwd met op termijn ook school erin verweven. De doelen werden vastgesteld en besproken en daarna sprak ik nog even alleen met A voor nog wat vragen over de vroegere thuissituatie. De grondige voorbereidingen gaven mij een goed gevoel. We hebben al zo vaak meegemaakt, vooral op zorgboerderijen, dat de problematiek van mijn zoon onderschat werd en dat men onbevooroordeeld de begeleiding wilden starten. Mijn zoon heeft een grote woordenschat maar kan de vertaalslag naar hoe je met situaties in het dagelijkse leven om moet gaan vaak nog niet maken. Het is dan fijn als de begeleiders zich van te voren inlezen in zijn dossier. Dan hoeven ze niet aldoor opnieuw uit te vinden wat hij nodig heeft.

‘Kun jij me wijzen hoe ik weer het makkelijkste naar de provinciale weg kan fietsen?’ vroeg ik na afloop. Het was ondertussen helemaal donker en ik zag mezelf al verdwalen in de donkere bossen. ‘Ik vind het eigenlijk niet verantwoord om je hier in het donker te laten fietsen,’ reageerde A bezorgd. ‘Weet je, ik vraag mijn man even of hij je weg wil brengen naar het station in Nunspeet.’

Binnen tien minuten stond ik op het station met fiets en al. Mijn zoon is bij deze zorgzame, vakkundige mensen in goede handen.

Voor de geïnteresseerden plaats ik hier een link over pm(k)t.

https://www.denerflander.nl/pmkt

Nieuwe zeilen voor de Mallemolen

De oude zeilen van de Mallemolen waren ons als molenaars en mio’s een doorn in het oog. De rafels hingen erbij en het was eigenlijk een wonder dat ze nog bleven hangen. Ook voor de omwonende was het geen leuk uitzicht. In overleg met de gemeente Gouda werden er nieuwe zeilen besteld. De zeilmaker werd geregeld die alles op kwam meten en de zeilen moesten gemaakt worden. Alles bij elkaar duurde dat even maar uiteindelijk was het gisteren dan zover, de nieuwe zeilen konden voorgedragen worden. Onze instructeur knoopte er een cursus valbeveiliging aan vast want valbeveiliging is een verplicht onderdeel voor je molenaarsexamen. Met vier mio’s werden wij vrijwillig de wieken oftewel de enden ingestuurd. Ieder een end. Dat kwam mooi uit.

Eén van de mio’s had het al een keer eerder gedaan maar voor de rest van ons was het toch een nieuw onderdeel. Met wat gezonde spanning luisterden we aandachtig naar onze instructeur die het gebruik van de valbeveiligingsset uitlegde. Zo’n set bestaat uit de veiligheidslijn, helm, een asap, een harnas, een strop en een demper. Voordat je het gaat gebruiken moet alles gecontroleerd worden op datum, slijtageplekken en dergelijke. Eén van de leeflijnen werd keurig in de tas opgerold aan een lus vastgebonden en meegenomen naar de kap van de molen.

Bovenin de kap werd het stormluik weggehaald. Het is een vrij groot onhandig ding, dat stormluik, het is handig om dat met z’n tweeën te doen. De strop werd om een stevige balk geslagen waardoor de lussen als een soort hengsels van een boodschappentas naar beneden hingen. Door beide lussen werd de leeflijn vastgeknoopt, dat is de meest stevige manier. Het andere eind werd met tas en al door het stormluik, langs de wiek naar beneden gegooid. Door het gewicht van de tas gaat dit erg makkelijk en de lijn rolde keurig af. Ondertussen bewonderden we het uitzicht, zo vlak boven de baard van de molen. Het was de eerste keer dat ik meemaakte dat het stormluik eruit gehaald werd.

Beneden bij de wiek kregen we de rest van de instructie. De instructeur liet zien hoe de asap om de leeflijn bevestigd moest worden en hoe we deze konden testen. Eigenlijk werkt het net als een veiligheidsgordel. Je kunt de asap omhoog en omlaag schuiven maar als er ineens een grote kracht op komt te staan, bij een val, dan blokkeert de asap de val. Aan de asap werd de demper vastgemaakt. Bij een val werkt deze als een soort schokdemper. Best interessant allemaal al wilden we dit liever niet uitproberen. Ook met valbeveiliging incasseert je lichaam een behoorlijke klap. Hoe dan ook, de schokdemper haakten we aan ons harnas en om de beurt waagden we om beurten de klim om even ‘droog,’ te oefenen. Met een klein beetje bibberende benen kwamen we allemaal weer veilig terug op de grond. Met het opzeilen van wieken klimmen we veel minder hoog en dat voelt vertrouwd. Nu klommen we echt veel hoger.

Het nieuwe zeil moest bovenin met knopen vastgezet worden en beneden konden we deze nog even op ons gemak oefenen. Daarna kwam het echte werk. Om beurten klommen we naar boven om het oude zeil los te maken en lieten deze eenvoudig naar beneden te glijden. Daarna terug naar beneden om het nieuwe zeil op te halen. Met een simpel extra touw werd er een soort draagband aangemaakt die we over onze schouder konden hangen. We konden het verschil in gewicht tussen het nieuwe en oude zeil goed merken. ‘Als er iets niet goed gaat laat je gelijk het zeil van je schouder glijden,’ drukte de instructeur ons op het hart. ‘Nooit het zeil aan je harnas vastmaken.’

De zeilketting vanuit het stormluik

Beneden werd er meegeleefd bij iedere mio die boven was en aanwijzingen gegeven hoe hoog het zeil moest hangen. Toen ik aan de beurt was bond ik per ongeluk het extra touw vast in plaats van het touw wat door het oog van het zeil was vastgezet door de zeilmaker. Oeps, het was nog een hele toer om het touw weer los te krijgen met het gewicht van het zeil eraan en mezelf goed vast te houden maar op een gegeven moment lukte het. Het extra touwtje had ik nodig bij de rechter bovenhoek. Beide enden aan de binnenroede hadden een zeilketting die tekort was om het zeil aan vast te maken. Wel apart, we hadden een tijdelijke oplossing gevonden door de ketting te verlengen met een touw. Bij de enden aan de buitenroede was de zeilketting wel lang genoeg. Het was al met al een heel avontuur en we hadden het allemaal zo druk bovenin dat we geen tijd hadden om aan de hoogte te denken. Het afdalen ging heel beschut, tussen het zeil en het hekwerk in. Het gezegde ‘onder zeil gaan,’ kreeg hierdoor voor ons een hele andere betekenis al zal het hier niet vandaan komen maar uit de vroegere scheepvaart. Ondertussen sloegen we de lussen van het zeil om de daarvoor bedoelde kikkers (haken)

Alles bij elkaar waren we lang bezig geweest. Met tussendoor de heerlijke koffie en de eigengemaakte soep die Hans ons in het oude gemaalhuis tegenover de Mallemolen voorschotelde kon onze dag niet meer stuk. De lange ochtend in de buitenlucht had iedereen een gezonde eetlust gegeven. Hans heeft beslist ervaring met hongerige molenaars en mio’s.

Mist en weinig wind. Fijn weer voor nieuwe zeilen.
Controleren van de valbeveiliging onder toeziend oog van instructeur Kees met collega mio’s Marieke en Janneke.
Die karabijnhaak, hoe zit dat nu met die veiligheidssluiting?
Kees en Theo geven aanwijzingen hoe hoog het zeil moet komen,

Samen met collega mio Janneke, de oude zeilen opvouwen en opbergen in de molen.

Stap voor stap

Een paar weken geleden was ik al vroeg op pad richting Elburg. Er was een evaluatiegesprek ingepland en aangezien één van de begeleiders dat na zijn slaapdienst wilde doen hadden we om 10:00 afgesproken. De avond tevoren had ik via de app gevraagd of de begeleider die bij mijn zoon op de groep stond mijn zoon wilde herinneren aan het gesprek. Het zou fijn zijn als hij erbij kon zijn.

Keurig om 10:00 arriveerde ik. Mijn zoon zat beneden televisie te kijken. Een film film over Godzilla op Netflix. Niet de versie die we op dvd hebben maar een wat recentere. Hij had zich er op verheugd om samen met mij deze film te kijken en werd boos toen hij hoorde dat we een gesprek zouden hebben. De begeleider was vergeten hem eraan te herinneren. ‘Niet zo mopperen hoor,’ probeerde ik hem op een luchtige toon af te leiden. Maar boos sloeg hij met de afstandsbediening op tafel zodat ik geschrokken stil viel. ‘Ik ga me niet weer aan jullie plannen aanpassen, hadden ze me maar moeten vertellen dat we een gesprek hadden!’ Mijn luchtige tactiek werkte dus niet en dat had ik eigenlijk wel kunnen weten.

‘We vinden vast wel een oplossing,’ reageerde de begeleider met wie we het gesprek zouden hebben rustig. En na de belofte dat we na het gesprek alsnog de film konden kijken keerde de rust uiteindelijk weer. Mijn zoon nam een poosje serieus deel aan het gesprek en mocht hierin zelf zijn grenzen aangeven en ging tussendoor weer even wat voor zichzelf doen. Later kwam hij nog even kijken hoever we al waren en sloten we samen de ochtend rustig af met de film.

Hoe anders verliep de afgelopen week. Op de app werd gevraagd wanneer ik wilde langskomen omdat ze op dinsdag naar Het Belevingsbos wilden gaan. Wat mooi uitkwam omdat we de volgende dag vrijblijvend een kijkje zouden nemen bij een dagbesteding in een dorp vlakbij Elburg. Het was een fijne dag geweest hoorde ik de volgende dag van mijn zoon. Het had geregend dus de paden waren modderig en glad en de bruggetjes smal en zonder leuning. Maar wat een overwinningen weer voor mijn zoon, die thuis al bang was voor een verzakte tegel en gaten in de tuin. Hij lachte stoer toen de begeleidster vertelde dat ze hem expres voorop had laten lopen om uit te proberen of de bruggetjes en de modderige paden wel begaanbaar waren. Ook toen bleek dat ikzelf de tijd verkeerd had begrepen en dacht dat we om 15:30 hadden afgesproken, wat 14:30 bleek te zijn reageerde hij heel rustig, knap hoor. We waren juist op tijd terug van onze wandeling naar het winkelcentrum voor een late lunch. Ook dit had ik van te voren gevraagd op de app omdat zo’n kennismaking met een nieuwe dagbesteding best wat vraagt van hem. ‘Ik vind het zo fijn dat je er bent,’ zei hij enthousiast. ‘Ik ook lieverd,’ ik sloeg even mijn arm om zijn schouders. ‘Je bent ook zo relaxt ondanks onze afspraak straks.’ Hij knikte, ‘gisteren niet hoor, toen vond ik Het Belevingsbos zo spannend.’ Ik vroeg niet naar de details, kon me wel voorstellen hoe het was geweest voor hem. Het scheelde ook zoveel dat hij nu goed voorbereid was. Gelukkig was de begeleidster beter bij de tijd dan ik en reden we toch nog op tijd weg. Hij kreeg extra veel praatjes toen we in de auto reden en net als bijna iedere zeventienjarige natuurlijk veel beter wist hoe hij de auto zou besturen dan zijn moeder. Zo heerlijk die opmerkingen.

Een paar begeleiders waren in de week ervoor al bij de dagbesteding geweest om te kijken voor de mogelijkheden ook een paar andere jongeren. Vandaag was er dus alle tijd om met mijn zoon te praten en rustig rond te kijken. Er werd aangegeven dat hij zelf aan mocht geven wanneer hij genoeg had gehoord en gezien. Ender zijn pop werd voorgesteld, het geeft hem altijd veel rust als Ender zo duidelijke geaccepteerd wordt. Uit ervaring weet ik dat Ender veel minder nadrukkelijk aanwezig is als mijn zoon zich ergens helemaal veilig voelt. Verder deed hij toch ook actief mee met het gesprek ondanks de Switch in zijn handen en Ender in de buiging van zijn arm en keek vooraf in elk hoekje van de ruimte. Een serieus gesprek werd er gevoerd over de tomatenplanten in de kas die, in plaats van omhoog, naar opzij waren gegroeid. Uiteindelijk kwamen mijn zoon en de begeleider van de dagbesteding tot de conclusie dat men had moeten ‘dieven’ en hij vertelde over zijn eigen zonnebloemen en tomaten. Bij de rondleiding borg hij het zijn spel uit zichzelf op en heel zijn aandacht ging naar het gebouw. Elk hoekje werd opnieuw aandachtig bekeken met speciale aandacht voor de keuken als kieskeurige eter die hij is. We keken elkaar even aan, op die momenten merk hoe hij de filter mist die wij wel hebben en hij open staat voor de kleinste details. Geen wonder dat hij soms zo moe kan zijn.

Buiten werd van alles verteld over de dieren. Voorzichtig zocht hij contact met de Alpaca’s en de kippen.

Na al deze nieuwe kennismakingen was het na een uurtje genoeg voor mijn zoon en wilde hij wel weer naar huis. De kennismaking was positief verlopen en hij ziet deze dagbesteding wel zitten. Er moeten nog wat technische details geregeld worden maar deze kennismaking was erg positief.

Senseo speciaal

Afgelopen zondag ging ik bezoek bij mijn broer, zoals ik al eerder schreef is hij pas verhuisd. Twee weken geleden was de groep even dicht i.v.m. een corona besmetting van een begeleidster maar nu kon ik toch op bezoek.

En wat een verschil met zijn oude gedateerde woning, een eigen douche en toilet bij zijn kamer. Mijn broer liet nooit zo merken dat dit soort zaken belangrijk voor hem waren maar sinds hij verhuisd is doucht hij zelfstandig evenals scheren en tandenpoetsen. ‘Ik heb het gevoel dat een eigen douche en toilet hem goed zal doen,’ had ik al eerder tegen mijn moeder gezegd. En ik was zo blij dat dit ook in de praktijk echt zo bleek te zijn.

Trots leidde hij me rond, de badkamer met een aangepast bad, brandmelders in de gang die altijd heel belangrijk voor hem zijn en zijn eigen kamer. Om het te vieren had ik een cd voor hem meegenomen en natuurlijk de echte Goudse stroopwafels voor bij de koffie. ‘Je hebt nog geen cd’s hè?’ plaagden de begeleiders die kwamen binnen druppelen voor hun avonddienst. ‘Nee,’ antwoordde mijn broer serieus. Teveel cd’s bestaat niet bij hem en er sneuvelt er ook nog wel eens één, echt zachtzinnig gaat hij er niet mee om. Als een echte gastheer zette hij het Senseo apparaat aan. ‘Wel de coffeepad verwisselen hoor,’ zei de begeleider. ‘Nu heb je gekleurd water.’ Aldoor grapjes makend volgde mijn broer de instructies op. Zonder boosheid en agressie liet hij zich corrigeren. Deze Senseo smaakte me extra lekker.

Later had ik het er even met de begeleider over. ‘Jouw broer zoals we hem hier zien is heel anders dan degene die we in de overdracht doorkregen,’ vertelde hij. ‘Zo fijn dat hij hier op zijn plek is.’

Vandaag was ik bij mijn zoon, ook hier werd ik gastvrij ontvangen met een eigengemaakt kopje Senseo. ‘Vergeet je de coffeepad niet te verwisselen,’ instrueerde de begeleidster? Met een glimlach nam ik deze ook overheerlijke koffie in ontvangst. Mijn zoon was bezig een film te kijken in de huiskamer. “hou je er rekening mee dat we om 12:30 gaan lunchen?’ gaf de begeleidster na een poosje aan. Mijn zoon hoeft niet aan tafel mee te eten, dit is nog steeds moeilijk voor hem, maar het is te onrustig en ongezellig voor de rest als hij dan televisie blijft kijken. Meestal ben ik er om 11:30 en gaan mijn zoon en ik samen buitenshuis eten of wat op zijn kamer doen. Hij had wel zin om buitenshuis te eten.

Het was onverwachts heerlijk weer in Elburg. We kochten de laatste vegetarische loempia’s bij de kraam op de markt voor hij ging sluiten en bewonderden de bloemen in de kraam ertegenover. ‘Dat zijn rozen maar de rest ken ik niet,’ wees hij. ‘Theerozen, dat zijn één van de lievelingsbloemen van oma,’ vertelde ik. ‘En dat zijn chrysanten en dat gerbera’s. Maar verder weet ik al die namen ook niet zo goed hoor.’

‘De vegetarische loempia’s zijn helaas op mevrouw,’ hoorden we de verkoper zeggen. We draaiden ons om en zagen een oudere dame, ‘jammer, volgende week dan maar weer,’ antwoordde ze zichtbaar teleurgesteld. Ondertussen waren onze loempia’s klaar en nadenkend keek mijn zoon de dame na die verderop naar haar fiets liep. ‘Zullen we haar er één van ons geven,’ fluisterde hij. ‘Wij hebben er genoeg. Weet je het zeker?’ vroeg ik. Hij knikte en liep op de mevrouw af. ‘wilt u een loempia van ons? Wij hebben er genoeg hoor.’ Verwonderd keek de mevrouw naar ons. ‘Dat is wel erg aardig maar hebben jullie er dan genoeg?’ Mijn zoon knikte en ik wikkelde één van de loempia’s voorzichtig in een servetje. De mevrouw zocht het geld bij elkaar. ‘Ik weet eigenlijk niet precies hoe duur ze per stuk zijn,’ zei ik. ‘U mag hem wel zo hebben hoor.’ Maar ze schudde haar hoofd. ‘Ze kosten 1,20,’ zei ze met een glimlach. Met de loempia in haar ene hand en de fiets aan haar andere hand wilde ze weglopen. ‘Uw stok!’ zei ik. Haar wandelstok lag nog in het gras naast de fiets.

‘Dit was misschien niet helemaal coronaproef,’ overwoog ik bezorgd toen we een plekje zochten om de overgebleven loempia’s op te eten. De wisselende uitdrukkingen op het gezicht van mijn zoon gaf aan dat hij het risico op corona afwoog tegen het feit dat hij iemand een plezier had gedaan. ‘Het was wel fijn om te doen,’ vond hij. Extra zorgvuldig zochten we via de rustige straatjes onze weg terug en ik troostte mezelf met het feit dat ik vlak ervoor mijn handen zorgvuldig had gewassen. Wat is het toch lastig om er aldoor aan te denken als je buiten bent en ik werk nog wel zelf in de zorg.

Op zijn kamer terug gaf ik hem een leuk versierd schatkistje. ‘Van je bonus opa en oma.’ Hij krijgt van hen regelmatig creatief verpakt zakgeld. ‘Met rozen,’ zei hij enthousiast. ‘Net als op de markt,; hij rook eraan, ‘ze ruiken niet zoals echte rozen,’ lachte hij, ‘maar ze zijn toch mooi.’ Het doosje kreeg een ereplekje op zijn kast naast de foto van Luke, onze kat.

Dromen…

Een van de dromen van mijn jongste zoon leek eenvoudig om te verwezenlijken. Hij wilde zo graag in een echte achtbaan, geen achtbaan in een kleinschalig pretpark met als grootste doelgroep de jongere jeugd. Nee, het moest het echte werk worden in één van de grootste pretparken van ons land. Een achtbaan die echt over de kop zou gaan met kurkentrekkers en al. Toen hij nog thuis woonde durfden we dit allebei niet aan. Hij was aldoor al zo overprikkeld. Maar nu, het afgelopen jaar zo gegroeid in allerlei opzichten, nu kon zijn droom echt uitkomen.

Als voorbereiding werd er al fanatiek een achtbanenspel gespeeld en bekeek de begeleiding samen met hem de website van het pretpark. Prettig dat die mogelijkheid er is. Na wat teleurstelling omdat het uitstapje vanwege de hittegolf uitgesteld moest worden was het vorige week toch echt zover en ik kreeg een videotelefoontje vanuit het reuzenrad. Een stralende zoon keek me aan met een enthousiaste begeleider.

Een andere droom was het logeren in een vakantiehuisje. Anderhalf jaar geleden werd er voor hem een crisisplek gerealiseerd waarbij er maandenlang gebruik is gemaakt van vakantiehuisjes omdat er geen andere optie was. Voorlopig heeft hij geen behoefte meer aan vakantiehuisjes.

Andere dromen zijn wat ingewikkelder.

Mijn schoonouders dromen van een woning buiten de drukke stad waar ze nu wonen en waar ze veel overlast ervaren van toeristen en studenten. Het liefst een kangaroowoning in onze regio met een goede thuiszorgorganisatie rond de gecompliceerde zorg voor mijn zwager., waarbij hij op een waardige manier kan leven. Niet de makkelijkste keuze maar wel één die ik zo goed kan begrijpen.

Mijn man droomt over het wonen in Frankrijk waar hij samen met zijn ouders een heel mooi huis heeft. In het begin kon ik niet met hem mee dromen. Ik zag honderden leeuwen en beren op de weg waarvan de meest voor de hand liggende wel zijn eigen gezondheid is. Maar aangezien hij dat allemaal zelf ook wel weet droom ik nu gewoon mee. Tenslotte is het heerlijk om te dromen.

Nu heb ik mijn eigen dromen geënt op de dromen van mijn schoonouders en die van mijn man. Dit omdat mijn grootste droom, een goede woonplek voor mijn jongste zoon al is uitgekomen en ik dus ruimte over heb om met hen mee te dromen. Misschien kunnen we Frankrijk een beetje hierheen halen door een kangaroowoning te vinden met een mooie tuin en voor mijn man een huis met ruimte om kippen te houden en bijen. Op internet zoek ik enthousiast de hele regio af en zie van alles voorbij komen. Oude vervallen boerderijtjes, hele mooie villa’s en huizen met een ruime garage waar ook wat van te maken zou zijn. Met mijn schoonvader fantaseerde ik gezellig de meest wilde scenario’s over die boerderijtjes, waar je minstens een jeep nodig hebt om er te komen waar we met z’n allen zouden kunnen wonen en ‘s nachts lijkt mijn eigen hoofd soms op een achtbaan waarbij ik de meest rare dromen bij elkaar droom. Dat ik mensen moet verzorgen op eilandjes in de Reeuwijkse plassen waar ik dan eerst naar toe moet roeien met een bootje.

Misschien komt dat ook wel omdat ook mijn broer gaat verhuizen wat ook spannend is. Al is het binnen het grote terrein waar hij woont. Het wordt ook wel tijd want de woning waar hij nu verblijft is heel erg gedateerd. Nu krijgt hij een kamer met een eigen douche en toilet wat toch meer van deze tijd is. Maar mijn moeder droomt ‘s nachts dus vrolijk met mij mee dat we allemaal bij elkaar in de buurt gaan wonen. Multifunctioneel, we kunnen dan allemaal voor elkaar zorgen. Een soort wooncommunie uit de jaren ’60.

En stilletjes droom ik nog wat meer. Dat in de toekomst mijn man en zijn ouders regelmatig naar Frankrijk kunnen en dat ik dan een oogje hou op mijn zwager met een goede thuiszorg eromheen geregeld zodat ze onbezorgd weg kunnen. Zelf wil ik graag elke week naar mijn zoon. Net zoals mijn ouders elke week naar mijn broer gaan. Apart eigenlijk hoe sommige patronen zich herhalen en hoe snel iets een bepaalde manier van leven wordt want jaren geleden heb ikzelf ook fijne vakanties doorgebracht in Frankrijk. Onderstaande foto’s kreeg ik pas toegestuurd door mijn schoonvader die zijn archief aan het ordenen was. Ook mijn zoon denkt met veel plezier aan deze vakanties terug.

Bijna zeven jaar, met de stoomtrein mee… alweer ruim tien jaar geleden.

Hans stapt naar de rechter om jeugdzorg voor zijn zoon Jan (14) af te dwingen en dat is voor het eerst

Katwijker Hans Knetsch wil passende jeugdzorg in de regio voor zijn zoon Jan. Daarom daagt hij de gemeente voor de rechter. Hij is de eerste die deze stap zet. Noodgedwongen. “Iedereen zegt: het is heel vervelend, maar uiteindelijk levert niemand.”

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/hans-stapt-naar-de-rechter-om-jeugdzorg-voor-zijn-zoon-jan-14-af-te-dwingen-en-dat-is-voor-het-eer/