Karamel en zeezout

Een tijdje geleden kwam dhr. van Dissel onder mijn vakgenoten nogal in opspraak met zijn uitspraak over het verschil in niveau van verpleegkundigen en verzorgenden en de invloed daarvan op het aantal besmettingen in de verpleeg- en verzorgingshuizen. Hij voelde zichzelf er ook niet prettig bij en ging op werkbezoek in een verpleeghuis in Amsterdam. Fijn dat hij dat initiatief heeft genomen en dat hij begrijpt, wat wij als verzorgend altijd al hebben begrepen natuurlijk 😉 dat er een groot verschil is tussen de omstandigheden in ziekenhuizen en verpleeg-verzorgingshuizen.

Zelf ben ik zo vrij om dan weer een verschil met de thuiszorg en de bovengenoemde groepen te benoemen. Iedere groep heeft zijn eigen kennis en expertise nodig en de corona maakt het er allemaal niet eenvoudiger op.

https://www.venvn.nl/nieuws/jaap-van-dissel-op-werkbezoek-in-verpleeghuis/

Afgelopen week kwam ik tijdens mijn avonddiensten regelmatig bij een mw. met een lelijke en pijnlijke oncologische wond. Mw. vond het in het begin maar niets dat ze zorg nodig had en weigerde dan ook de twee keer daagse wondzorg die ze eigenlijk nodig had. Eén keer daags vond ze meer dan genoeg en dat de wond ‘s morgens veel te nat en week was door het wondvocht vond mw. zelf niet zo’n probleem. Uiteindelijk na veel praten en toenemende pijn ging mw. overstag. Door de ochtendzorg was er langzaam maar zeker ook vertrouwen en contact opgebouwd. Dat maken we vaker mee met cliënten. Het vertrouwen is echt iets wat moet groeien, wat tijd nodig heeft en erg mooi is om te zien. Dat is ook zo in de verpleeg- en verzorgingshuizen.

Ook zelf vindt ik een nieuwe cliënt altijd wel spannend vooral als er wondzorg bij komt al is het ook altijd interessant om te doen. Het is ook altijd fijn om te lezen in de feedback van een wondverpleegkundige dat ze kan zien dat de wondbehandeling die zij voorschrijft goed uitgevoerd wordt. Dat soort complimenten doen me altijd veel meer dan de cadeautjes waar we in dit coronajaar mee overspoelt werden. Hoe lief het ook bedoelt is door mijn werkgever of ondernemers die het beschikbaar stellen, het voelt ook altijd erg ongemakkelijk.

Voor mijn dienst nam ik de, door de wondverpleegkundige voorgeschreven behandeling, nog eens goed door en bij mw. hield ik mijn iPad onder handbereik. Nadat ik het oude materiaal van de wond had verwijderd en de wond had schoongemaakt desinfecteerde ik mijn handen met handgel en trok schone handschoenen aan voor de volgende fase. Ondertussen was de dochter van mw. binnengekomen die gelijk de bestelde wondbehandelingsmaterialen meebracht. ‘Ik mis de kapper’, vertelde mw. ondertussen. ‘Mijn haar wordt zo lang er zit geen model meer in, jouw haar is nog redelijk kort en het glanst zo mooi.’ Ik glimlachte in mezelf want ik mopper heel vaak op mijn haar wat zo fijn van draad is en zo steil dat zelfs elastiekjes niet blijven zitten. ‘Vlak voor de lock-down ben ik nog naar de kapper geweest,‘ vertelde ik. Ook al moest ik af en toe dingen herhalen omdat mw. me niet kon verstaan het lukte ons toch om een gesprekje te voeren. Ondertussen bracht ik een zalf aan op de wond zelf en een beschermend laagje op de wondranden. Daarna knipte ik het materiaal op maat. Dit mocht echt niet op buiten de wond op de gezonde huid komen en is een secuur werkje. ‘Wat een gepuzzel hè,’ mw. bracht onder woorden wat ik op dat moment dacht. ‘Je doet het goed hoor, je mag nog eens terugkomen. Dat is mooi, ‘ lachte ik. Dat ik lachte kon ze niet zien door het mondkapje maar toch lachte ze terug. Ogen zeggen gelukkig ook veel in de communicatie. Ook de dochter bedankte me hartelijk voor de goede zorgen.

Een paar dagen later was mw. haar voorvoet rood en dik. Een collega maakte een foto van de wond en de voet en stuurde deze na overleg door naar de dochter van mw. Deze stuurde de foto door naar het LUMC waar mw. onder behandeling is. Met spoed kreeg mw. een afspraak en de wondbehandeling werd uiteindelijk aangepast naar 1 keer daags met andere materialen en mw. kreeg een antibioticakuur. Verder vroeg ik me tijdens het lezen van deze rapportage peinzend af of de wond niet weer erg week zou worden en of de infectie was ontstaan door iets in onze verzorging, of omdat mw. zelf ook nog wel eens tussendoor aan de wond rommelde, of omdat een dergelijke wond infectiegevoelig is? Ik neem me voor om als ik weer een collega zie eens te vragen hoe zij daar over denkt. In de thuiszorg werk je vaak zelfstandig maar het is af en toe fijn om met een collega van gedachte te wisselen.

Toen ik mijn afgelopen dienst binnenkwam om de antibioticakuur aan te reiken was de schoonzoon van mw. aanwezig en hij vertelde dat mw. was gevallen en dat ze de halsbel niet om had. ‘Ze is ook zo eigenwijs,’ vertelde hij hoofdschuddend. Mw. had gelukkig geen letsel. ‘Het is wel heel belangrijk dat u uw halsbel draagt,’ vertelde ik haar. Mw. knikte, ‘ik weet het maar ik ben zo bang dat ik er per ongeluk op druk. Tja,’ reageerde ik, ‘dat gebeurt wel eens maar het is belangrijker dat u kunt waarschuwen als u gevallen bent.’ Mw. was genoeg onder de indruk om de halsbel weer om te doen. En net toen ik vertelde had dat ik die avond weer zou komen voor de kuur belde mw. haar dochter. Ze uitte haar zorgen over haar moeder en vroeg zich af welke stappen ze zou moeten nemen om de zorg uit te breiden. ‘U kunt dan het beste met onze wijkverpleegkundige bellen, zij weet alles over indicaties,’ adviseerde ik. ‘Maar ik denk dat de indicatie niet het probleem is maar wel of uw moeder meer hulp wil accepteren. Maar ze leert ons nu een beetje kennen dus de drempel is misschien minder hoog.’

Door alles was ik wat uitgelopen met de tijd en ik besloot de vragen die ik nog aan mw. had over de valpartij te bewaren tot ik haar die avond weer zou spreken om ook de registratie ervan, de mic (melding incident cliënten) in te kunnen vullen. Eén op één kon mw. rustig vertellen wat er was gebeurt. ‘Jullie zijn zo lief, neem je deze mee?’ zij ze na afloop, ze duwde me een rol chocolaatjes in mijn handen met karamel en zeezout smaak. ‘Dat hoeft echt niet hoor,’ reageerde ik. ‘Toe nou,‘ zei ze, ‘ik wil zo graag wat terug doen. Mag ik ze dan in ons kantoor leggen?’ vroeg ik. ‘Dan kunnen mijn collega’s er ook van snoepen. Je vindt het niet fijn om iets voor jezelf aan te nemen hè?’ In haar ogen glommen pretlichtjes. ‘Dat klopt,’ bekende ik. ‘Ik doe gewoon mijn werk.’ Ze pakte mijn handen beet. ‘Wanneer ben je er weer?’

Later legde ik de chocolaatjes bij de rest van de verzameling op ons kantoor. Deze mw. is niet de enige die ons wil verwennen met wat lekkers bij de koffie.

Ga je mee verdwalen…

Deze wandelpin heb ik een paar jaar geleden op de kop getikt en de spreuk is me altijd blijven fascineren. Kun je wel verdwalen als je de weg weet?

Na een doorwaakte nacht die ik af en toe nu eenmaal heb, ik beschouw het zelf maar als gevolg van de jaren dat ik als vaste nachtdienst werkte, besloot ik met de trein naar mijn zoon te gaan. Die woensdagochtend troffen mijn medepassagiers en ik een spraakzame conducteur die uitgebreid instructies gaf over de verplichte mondkapjes in de trein en ook op het station. Een slokje drinken en een hapje mogen nog… maar laat het mondkapje niet af tot Groningen. Dan kunnen we met z’n allen nog een gezellige kerst vieren. Ik keek naar de mandarijnen en mueslibollen in mijn tas. Wat is een hapje? Hoe lang staat daarvoor eigenlijk? Een gezellige kerst? Maar daarna dan? Beetje verbouwereerd keek ik rond en liet de mandarijnen maar in mijn tas, want al had ik het idee dat een mandarijn een toegestaan ‘hapje,’ was, op de één of andere manier zou deze gezonde snack minder lekker smaken als anders. Eigenlijk ben ik best verslaafd aan fruit en eet het de hele dag door.

In Amersfoort, tijdens de overstap naar Nunspeet liep er een jongeman langs in een jack met camouflageprint, zonder mondkapje, dat valt nu eigenlijk wel erg op. Peinzend keek ik hem na. Op de rug van zijn jas zat een fel oranje strook met Black Matters erop, of het live ertussen stond kon ik niet lezen. Zou hij een activist zijn en dan misschien in alles, vroeg ik me af? Dus ook tegen mondkapjes, of zou hij geen geld hebben om ze te kopen? Ik voelde in mijn zakken maar er zaten alleen gebloemde mondkapjes in mijn zak. Bij de gedachte aan een gebloemd mondkapje boven zo’n stoere jas moest ik glimlachen, ik heb ze maar niet aangeboden.

In Nunspeet haalde ik een ov fiets uit de kluis. Normaal gesproken ga ik met de bus maar nu had ik aansluitend een afspraak in een dorp tussen Elburg en Nunspeet in, een eind buiten de bebouwde kom. Het was een afspraak die ik niet wilde missen met de therapeute en initiatiefneemster van de nieuwe dagbesteding, een gedragsdeskundige en de persoonlijk begeleidster van mijn zoon. Een fiets huren leek me de makkelijkste oplossing en ondanks de mist was het heerlijk om te fietsen. In een halfuur was ik in Elburg en genoot daar van een vers kopje koffie met mijn zoon. Samen keken we een paar afleveringen van de ‘Kleine Rode tractor,’ de vriendelijke omgangsvormen in deze serie voor jonge kinderen en de gelijkmatige karakters spreken mijn zoon nog steeds aan. Daarna wandelden we naar onze vaste haringboer in Elburg door wie we enthousiast werden begroet.

Verder op was er iemand voor een winkel metalen buizen aan het zagen. ‘Staat u nu heel de dag in de herrie?’ vroeg ik de haringboer. ‘Ach, het is niet altijd,’ antwoordde hij met de kenmerkende gemoedelijkheid van de streek. Mijn zoon liep naar de klussende man toe om te vragen wat hij aan het maken was, ondertussen vroeg de haringboer hoe mijn zoon zo in Elburg terecht was gekomen en vertelde in het gesprek wat volgde over alle initiatieven die hij in Elburg kende op dat gebied. Dat waren er nogal wat en we hadden een gezellig gesprek tot mijn zoon het koud kreeg en weer terug wilde wandelen. ‘En wat was die andere meneer aan het klussen?’ vroeg ik. ‘Ik begreep het niet goed,’ bekende mijn zoon. ‘Maar hij was wel aardig. Vroeger had ik dat niet gedaan hè? Dan was ik niet eens in de buurt gekomen van iemand die zoveel herrie maakte.’ Mensen met autisme zijn vaak overgevoelig voor geluiden en we herinnerden ons allebei de momenten dat we omwegen hadden gemaakt Of dat afspraken bij onverwachte hindernissen met herrie helemaal niet door waren gegaan. Ook het geschreeuw van hemzelf naderhand, alsof hij met zijn eigen herrie de herinneringen aan de herrie op straat wilde overstemmen en zeker de periode rond de feestdagen met het vuurwerk, waren altijd heftig.

Stralend keek hij me aan, terecht trots op zichzelf.

Een paar uur later fietste ik opgewekt naar het dorp waar ik zijn moest. Dat het maar goed was dat ik niet met de auto was gegaan merkte ik toen ik bij een rotonde er maar net op tijd erg in had dat ik geen voorrang had. De doorwaakte nacht begon zich te laten gelden. Ik trapte stevig door om weer wakker te worden. Optimistisch had ik ingeschat dat ik de weg nog wel zou weten omdat mijn zoon en ik een paar weken ervoor samen hadden kennisgemaakt, maar toen was ik met de auto. Moest ik nu hier al afslaan, vroeg ik me twijfelend af… na navraag bij een paar wandelaars besloot ik de half verharde zijweg in te fietsen. Langs het erf van een boerderij waar een blaffende hond me liet schrikken. Rustig doorfietsen Anneke, adviseerde ik mezelf, blaffende honden…

Verder op kwam ik tot mijn verassing bij een heel ander huisnummer dan ik verwachtte en ik besloot naar A, de organisator van het gesprek te bellen. ‘Wat vervelend, en ik schaam me om het te bekennen want ik woon hier, maar ik weet zelf ook nooit zo goed hoe de nummeringen lopen,’ vertelde ze. ‘Maar F (de begeleidster van mijn zoon) zag je fietsen en vroeg zich al af waar je heen ging. Zij komt je tegemoet met de auto. Dan fiets ik weer terug naar de weg waar ik vandaan kom,’ sprak ik af. De hond was ik even vergeten maar helaas, hij mij niet. Nu had hij me sneller in de gaten, blaffend en grommend stond hij midden op het pad. Ik overwoog of hij misschien gewoon enthousiast was of het echt meende maar ik durfde het risico niet te nemen. Ik keerde om en besloot het pad uit te fietsen, op gevoel nam ik nog een afslag. Nee, dit kwam me ook niet bekend voor… Gelukkig wandelden er in de verte twee wandelaars en die bleken een begeleidster en een cliënt te zijn van de dagbesteding waar ik zijn moest. Met hun aanwijzingen kwam ik binnen vijf minuten uiteindelijk op mijn afspraak.

A geeft pm(k)t (psychomotorische (kind) therapie) Waar ik heel blij mee ben gezien de houterige grove en fijne motoriek van mijn zoon. Fijn dat er aandacht voor is. Hij start met 1x in de week drie kwartier therapie en in het nieuwe jaar met dagbesteding. Het wordt heel rustig opgebouwd met op termijn ook school erin verweven. De doelen werden vastgesteld en besproken en daarna sprak ik nog even alleen met A voor nog wat vragen over de vroegere thuissituatie. De grondige voorbereidingen gaven mij een goed gevoel. We hebben al zo vaak meegemaakt, vooral op zorgboerderijen, dat de problematiek van mijn zoon onderschat werd en dat men onbevooroordeeld de begeleiding wilden starten. Mijn zoon heeft een grote woordenschat maar kan de vertaalslag naar hoe je met situaties in het dagelijkse leven om moet gaan vaak nog niet maken. Het is dan fijn als de begeleiders zich van te voren inlezen in zijn dossier. Dan hoeven ze niet aldoor opnieuw uit te vinden wat hij nodig heeft.

‘Kun jij me wijzen hoe ik weer het makkelijkste naar de provinciale weg kan fietsen?’ vroeg ik na afloop. Het was ondertussen helemaal donker en ik zag mezelf al verdwalen in de donkere bossen. ‘Ik vind het eigenlijk niet verantwoord om je hier in het donker te laten fietsen,’ reageerde A bezorgd. ‘Weet je, ik vraag mijn man even of hij je weg wil brengen naar het station in Nunspeet.’

Binnen tien minuten stond ik op het station met fiets en al. Mijn zoon is bij deze zorgzame, vakkundige mensen in goede handen.

Voor de geïnteresseerden plaats ik hier een link over pm(k)t.

https://www.denerflander.nl/pmkt

Het zijn de kleine dingen…

Soms is het alsof je perspectief verschuift. Ineens vroeg ik me af of mensen waar ik regelmatig contact mee heb. Of mensen waarmee ik in aanraking kom via mijn zoon en die daardoor er zijdelings een rol in mijn schrijfsels spelen, er een beetje verlegen mee zijn.

Nu ben ik geen journalist en mijn schrijfsels, ja, ik noem ze hardnekkig schrijfsels omdat ik een blog eigenlijk zo professioneel vindt klinken, dus mijn schrijfsels, zijn eigenlijk meer een weergave van de sfeer en geen letterlijk verslag. Het is geen rapportage zoals ik die op mijn werk moet schrijven over mijn cliënten in de thuiszorg. Een goede rapportage over een cliënt kost me soms overigens meer moeite dan deze stukjes. Objectief schrijven is best lastig.

Er zijn zoveel mooie dingen die ik meemaak en die ik graag wil delen. Gisteren bijvoorbeeld reageerde mijn man zo hartverwarmend. Hij kan zo onrustig zijn, door de pijn, door zware pijnmedicatie en omdat hij merkt dat sommige dingen steeds moeilijker gaan. Wat dat betreft zijn neurologische ziekten echt niet leuk. Ik voeg aan hem of hij het niet vervelend vond dat ik naar Elburg zou gaan. ‘Ik word er juist heel gelukkig van als jij doet waar jij gelukkig van wordt,’antwoordde hij. Zo hartverwarmend en zo lief. Ondanks de zorgen om de gezondheid van mijn man voelen we ons gelukkig met elkaar. Eigenlijk een ongrijpbaar iets… geluk.

Vorige week was er een gesprek met de leerplicht. Ik kon er zelf niet bij zijn helaas maar had later telefonisch contact met de begeleider die erbij was. Hij vertelde dat de leerplicht mijn zoon ontheffing wilde geven omdat het zo moeilijk was om een passende dagbesteding met onderwijs te vinden. ‘Nou,‘ had de begeleider gereageerd, ‘dat vindt ik nogal ingrijpend. We nemen hier dan wel een beslissing die op de rest van zijn leven veel invloed zal hebben, het zou toch leuk zijn als hij ooit een diploma in zijn zak zou hebben!‘ Maar, had de leerplicht verzekerd, het is een tijdelijke ontheffing, tot er een passende vorm van onderwijs is gevonden.

Vreemd genoeg was ik meer geschrokken van de opmerking van de begeleider. Een diploma…. dat betekent een flink stuk onderwijs. Mijn zoon is juist sociaal zo aan het groeien, zou hij dan niet weer helemaal terug bij af raken?

Na de eerste schrik besloot ik dat mijn paniek, gevoed door ervaringen die ik met mijn zoon in het verleden had meegemaakt, niet zijn groei in de weg mag staan. Hij woont niet meer thuis waarbij we moeten handelen met de herrie en het geschreeuw waarmee hij zich uit onmacht uitte. Hij wordt nu gecoacht door begeleiders die stevig genoeg in hun schoenen staan om hem ook hierin te begeleiden.

Gisteren gingen mijn ouders mee naar Elburg. Mijn jongste zoon was nu toch echt uit zijn laatste fiets gegroeid en mijn moeder had een mooie neutrale fiets in de schuur staan die ze niet meer gebruikte. Plus een vouwfiets die op de woning ook altijd van pas zou komen als reservefiets voor algemeen gebruik. Nu vond mijn zoon de mooie stoere mountainbike van een groepsgenoot wel erg mooi en ja, oma’s fiets was geen mountainbike maar hij viel zeker niet tegen. ‘Als je nu graag fietst,’ had ik al eerder met hem besproken, ‘dan kun je van je spaargeld een mooie mountainbike kopen, maar ik zou eerst eens kijken of je echt zoveel gaat fietsen.’ Dat was hij wel met me eens, dus hij was erg blij met de fiets van oma. Zondag wordt hij 17 en het is fijn als hij met geld om kan gaan en daar bewuste keuzes in maakt.

Er stond ook een afspraak bij de kapper op het programma. Omdat we daar om half twee moesten zijn hadden mijn ouders en ik boterhammen en koffie meegenomen voor onderweg in plaats van een lunch bij La Place aan de rand van ‘t Harde. En dat was erg leuk. Het deed me denken aan onze vakanties vroeger als gezin, we konden allemaal erg genieten van die eenvoudige, leuke dingen. We zongen vaak onderweg in de auto en ik weet nog dat ik mijn broer wel eens plaagde toen hij de baard in zijn keel kreeg. Als ik dat benoemde zei hij: ‘dat kan niet An!’ Hij vatte die baard nogal letterlijk op.

Mijn ouders gingen een rondje wandelen terwijl wij naar de kapper gingen. De tafel die er de vorige keer stond was weg, door de Corona zijn er nu allemaal strakkere regels. ‘Het hart is uit de zaak nu mensen niet zomaar meer mogen binnenlopen,’ vertelde de kapper. De indeling is nu veranderd zodat er drie klanten tegelijk geholpen kunnen worden op de vereiste afstand. Ik vertelde hem dat mijn zoon zich al zo thuis voelde in Elburg dat hij af en toe alleen op stap ging en dat ik me daar toch een beetje zorgen om maakte. De kapper vertelde dat er wel een hoop sociale controle is en dat iedereen wel een beetje op elkaar let. Hoe langer mijn zoon in Elburg woont hoe beter de omgeving hem zal leren kennen. In stilte geef ik mezelf op mijn kop vanwege mijn overbezorgde reacties. Ik merk dat dit toch heel anders is dan met mijn oudste zoon. Die heeft als student al heel wat van de wereld gezien. En ja, ook dan ben ik blij als hij veilig weer terug is al is hij al 28. Maar die heeft zichzelf op een andere manier los gemaakt van zijn moeders vleugels en paste al jong op zijn broertje als ik aan het werk was. Ook door zijn stages tijdens zijn opleiding op de Binnenvaartschool en later op kamers in Breda tijdens zijn verdere studies ging dat proces van losmaken min of meer vanzelf.

Misschien moet ik het zelf wat rustiger bekijken? Het is immers niet zo dat hij morgen gelijk al hele dagen naar school gaat? Paniek is nergens voor nodig.

Eenmaal weer op de groep verdween mijn zoon naar zijn kamer. Beneden vond hij het te druk en hij wilde liever even alleen zijn. Mijn ouders en ik dronken nog even koffie beneden. Dat mocht weer. De huiskamer is groot genoeg om afstand te houden. Mijn ouders wisselden ervaringen uit met één van de begeleiding die zelf een verstandelijk gehandicapte zus heeft. Grappig is dat, dat zoveel die brus zijn zelf in de zorg terecht komen. `We krijgen allemaal een klap van de molen,’ lachte ze als antwoord. Mijn moeder vertelde dat mijn broer vroeger van de fysiotherapie oefeningen mee kreeg. Elke avond oefende mijn moeder trouw met mijn broer. Soms als mijn vriendinnen kwamen deden ze gezellig mee. We lagen dan met de hele bende op de grond. ‘Kijk eens,’ lachten ze dan later, ‘wat een strakke buikspieren krijgen we van al dat oefenen.’ Mijn moeder kon daar zo van genieten, weer zo’n stukje geluk wat in kleine dingen zit.

CORONA!

Door gastauteur Cockie Rietveld

Onderstaande tekst van Cockie Rietveld wordt gepubliceerd in de brief van de clientenraad. Aanstaande woensdag is er een grote versoepeling t.a.v de bezoekregeling. Ik heb haar toestemming om haar prachtige brief, waar ik stil van ben geworden, te plaatsen op deze website. Cockie, dank je wel, je brief spreekt verder voor zichzelf.

Beste lezer,

Er is mij gevraagd mijn werkervaring ten tijde van het Coronavirus voor u aan het papier toe te vertrouwen. Na dit verzoek was het even zoeken hoe ik mijn kijk hierop zou gaan weergeven want zou u echt willen weten dat:

*ik nog nooit zoveel angst in ogen van bewoners heb gezien

*conditioneel het innemen van 1 tabletje al bijna onmogelijk was

*het gevoel hebben thuis het mondkapje nog te dragen

*eenzaamheid en onzekerheid dagelijks voelbaar was

*de tijd ons inhaalde ondanks alle inspanningen

*de ontstane kwetsbaarheid van bewoners in korte tijd heel confronterend was

*het steeds weer wisselen van isolatiekleding vele,vele malen per dienst plaatsvond

*de machteloosheid bij bewoner, personeel en familie niet te beschrijven is

*de invloed van het virus in mijn geheugen gegrift staat

Beste lezer, het was verontrustend, onvoorspelbaar en zeer verdrietig. Ik heb besloten om bovenstaande niet verder te beschrijven……….U heeft het al moeilijk genoeg.

Dat ene woord…………………………….
Een onbekend woord…………………..opeens was het er. Niet eerder was er iemand mee geconfronteerd…………………….
Dat dit ene woord zo’n grote impact op ons allemaal zou hebben had niemand voor mogelijk gehouden. Een nieuw woord is toegevoegd aan onze woordenschat.

CORONA

Hoe krachtig dit onbekende virus is hebben we helaas ook in De Hanepraij van dichtbij ondervonden…………………

Het personeel was verborgen achter isolatieschorten, handschoenen, mondkapjes en beschermbrillen. Kamerdeuren werden gesloten van bewoners die besmet waren. Het gevoel van iemand opsluiten in hun appartement voelde niet goed maar schakelde ik over op het verstandelijk beredeneren wist ik dat dit noodzakelijk was om het virus niet de ruimte te geven zich verder te verspreiden. Bij de gesloten deuren stonden alle benodigdheden zodat alle voorzorgsmaatregelen uiterst secuur konden worden uitgevoerd. Ondanks dat namen de besmettingen toe, meer kamerdeuren moesten gesloten worden………………….vreselijk.
Het gevoel van opsluiten werd versterkt want de afdeling ‘ging op slot’, met andere woorden, de deur van de afdeling ging ook echt dicht. Bewoners moesten in hun kamers blijven, bezoek was niet meer toegestaan. Wat een verschrikkelijke situatie.

Bestellingen,maaltijden en post werden voor de deur van de afdeling bezorgd. Niemand anders dan het zorgend personeel kwam die deur door ( schone ingang ) tenzij het echt nodig was ( denk bijvoorbeeld aan de arts ).
Wilden we de afdeling verlaten (pauze/einde dienst ) moesten we achteraan via het trapportaal naar beneden. Op de begane grond stonden diverse speciale afvalbakken klaar waar onze bescherm materialen apart van elkaar in gedeponeerd moesten worden. Handschoenen en schort in plastic zakje en dichtgeknoopt in zwarte zak. Mondkapjes in aparte bak en beschermbril in de andere. Alles op een vaste volgorde en zelfs voor het desinfecteren waren speciale regels. Facilitair ook een enorme inspanning om alles soepel te laten verlopen, denk aan het vervangen van de zakken, legen van de speciale boxen, afvoer van besmet afval via speciale container………………….Via de nooduitgang bij het fietsenhok naar buiten en o wat was het heerlijk om even bevrijd te zijn van die warme isolatie en in de buitenlucht de frisse wind te voelen. Hierna via de dienstingang, weer tweemaal handen ontsmetten en terug naar boven om bijvoorbeeld op het Tussendek even pauze te houden.

Een nieuwe ervaring was geboren……

Maar………………….we gingen door met de toegenomen intensieve zorgverlening. Extra controles van de vitale functies, alle bewoners nog meer in de gaten houden ivm mogelijk hoesten, koorts ect. Dagelijks werd gevraagd of deze klachten speelden, zo ja werd er meteen getest en werd totdat de uitslag bekend was de bewoner in quarantaine gehouden.

Het gevoel van machteloosheid nam toe want hoe er ook rekening gehouden werd met alle richtlijnen, Corona bleek een krachtige tegenstander!

De mentale ondersteuning naar de bewoners nam een steeds grotere rol in. De dagen werden langer, stiller en saaier. Alles zag er in korte tijd opeens zo anders uit, dat vroeg om extra aandacht, uitleg en begeleiding. Geen bezoek en activiteiten maar wel een toename van grote onzekerheid…………bang om ook besmet te raken. Ook sterke stabiele bewoners raakten besmet en werden ziek, heel erg ziek.Een lichtpunt in deze zorgelijke periode was de toestemming die familie kreeg hun ernstig zieke familielid te mogen bezoeken en begeleiden in de terminale fase. Dankbaar dat deze keuze is gemaakt. Ik weet dat dit in Nederland niet overal zo was geregeld.

Ik vind de verpleeghuiswereld een prachtige wereld om in te werken. Echter,deze Corona periode was heel confronterend. Het besef dat er bewoners zijn overleden die zonder dit virus nog bij ons zouden wonen is de harde realiteit.

Het klinkt misschien raar maar vond deze periode, waarbij ik van harte hoop dat dit zich niet herhaalt, ook heel leerzaam.
Bovendien was het zo mooi te merken hoe ‘de buitenwereld’ op afstand meeleefde. Er werden vele kaarten ( ook door onbekenden ) bloemen, lekkernijen ect geschonken waardoor de bewoners even een positief verzetje kregen wat zeer welkom was. De parkeerplaats werd kleurrijker door de tekeningen en teksten, echt hartverwarmend. En toen was daar de hoogwerker……………wat een geweldig initiatief van collega’s. Wat zijn er toen een hoop tranen gevloeid bij de ontmoeting tussen bewoner en familie op grote hoogte. Eindelijk, eindelijk een moment om face to face te kunnen praten en elkaar weer eens echt in de ogen te kunnen kijken.

Er kwam een aanpassing op het terras bij het restaurant en op de beganegrond een bezoek-unit. Hierdoor kwam er een klein beetje ruimte in de mogelijkheid elkaar te ontmoeten en dat gaf moed. Het liet zien dat alle inspanningen van echt iedereen voor nieuwe mogelijkheden zorgden.

Ik heb grote bewondering voor de bewoners op de afdeling. Samen met hen hebben we de krachten gebundeld om er tussen alle zorgen door, toch iets van te maken en de moed erin te houden. Bewoners hebben zich sterk, nuchter, verdrietig, gelaten, soms opstandig maar ook energiek opgesteld om dit met elkaar te doorstaan.
Er is in de afgelopen periode een bijzondere sfeerontstaan. Ik denk dan aan het woord verbondenheid. Verbondenheid met de bewoners en collega’s.
Corona, het was een geheel nieuwe situatie waarin we terecht kwamen…………..

Collega’s………….wat zijn ze toch belangrijk, samen staan we sterk, altijd maar nu leek het extra merkbaar omdat we met elkaar te maken kregen meteen heel heftige periode. Er werden gevoelens en ervaringen met elkaar gedeeld want dit was wel heel veel wat een plek moest krijgen en om de zorg in al zijn facetten zo in te vullen.

Voor de familieleden was het ook een emotionele zware en onzekere tijd. Hoe moeilijk is het om niet bij je vrouw, echtgenoot, dochter, oma, tante en ga zomaar door op bezoek te mogen komen. Dit was nauwelijks op te brengen. Iedere dag was er èèn teveel. Onzekerheid nam toe want dat ene telefoontje zou ook bij hen kunnen komen. Het gebruik maken van de digitale mogelijkheden zoals facetimen en skypen zorgde dat de afstand tussen bewoner en familie voor een moment een gevoel van ‘dichtbij elkaar’ gaf. Ik kan me zo voorstellen dat na het beëindigen van zo’n gesprek de afstand dubbel zwaar voelbaar was……………..Er was veel telefoonverkeer tussen familie en zorgend personeel, men wilde zo graag naar de afdeling, wetende dat dit nu niet mogelijk was maar het gemis werd groter en groter…………………………..onmacht en frustratie was voelbaar en zo ontzettend goed te begrijpen. Geduld werd enorm op de proef gesteld, niet alleen bij de familie maar ook bij bewoners en personeel.

Zo ontzettend knap dat zowel bewoners als familie een manier hebben gevonden om dit te doorstaan want het duurde lang, heel lang voordat De Hanepraij coronavrij was. Dit hebben we bereikt met elkaar, met bewoners,familie en alle collega’s.

Nadat bezoek gedoseerd was toegestaan zijn we steeds een stapje dichterbij gekomen waarbij familie en bewoner zonder grote tijdsdruk weer echt contact met elkaar kunnen hebben………………eindelijk!!

Vanaf woensdag 1 juli gaan we deze fase samen ervaren. Het zal fijn zijn elkaar weer te ontmoeten maar het wordt ook een spannende tijd………………..

Ik heb nog een klein verzoek aan u, zullen we afspreken alert te blijven met elkaar……….het is echt nodig………………………

Verbondenheid, verdriet, machteloosheid, angst en grote onzekerheid…………………..allemaal veroorzaakt door dat ene woord…………………………………

Een stralende dag.

Vorige week zaterdag kon mijn vader weer bij mijn broer op bezoek die in een grote locatie bij Ipse de Bruggen woont. Mijn moeder ging nog niet mee omdat mijn broer altijd zo graag een ritje met de auto maakt en dat nog net niet toegestaan was met drie personen. In gedachte gaf ik haar een hele stevige knuffel, het valt haar zwaar. Dat zegt ze niet met zoveel woorden maar woorden hebben we in dit geval niet nodig. Jarenlang zijn mijn ouders zelfs in hun vakanties iedere zaterdag bij mijn broer op bezoek geweest en deze weken zijn heel heftig geweest. Voor alle mantelzorgers, dus ook voor ons allemaal.

De dinsdag daarop kon ik naar mijn zoon. Door de kleinschaligheid van zijn woonvorm waren we niet gebonden aan een dagdeel of tijdsblok. Wel moesten we er rekening mee houden dat ik niet in het groepsgedeelte van het pand kon komen. Maar dat maakte niet uit. Alles was goed als we elkaar maar konden zien.

‘s Morgens fietste ik eerst in naar het winkelcentrum nog wat inkopen doen. De zon scheen stralend, heerlijk gewoon al had ook een regenbui mijn stemming niet kunnen bederven. De favoriete koekjes van mijn zoon, de echte Goudse stroopwafels voor de begeleiding. Bijna dansend liep ik door het winkelcentrum om alle boodschappen bij elkaar te zoeken. Zelfs de rit met de auto, waar ik altijd nogal tegenop zie, kon de voorpret niet drukken. Het was ook nog erg rustig op de weg en iedereen hield zich redelijk aan de maximum snelheid van 100 km p/u. Omdat nieuwszenders me nogal verdrietig kunnen maken koos ik voor de klassieke zender. Die dag wilde ik me even niet druk maken over alle ellende in de wereld maar wilde ik volop genieten van de uurtjes die we samen door zouden brengen.

Vreemd eigenlijk om te huilen als je blij bent eigenlijk. Maar goed ik moest huilen toen ik hem weer zag. Gelukkig ging dat snel over. ‘Je bent gegroeid, lachte ik door mijn tranen heen. Hij zag er goed uit, niet meer zo mager, wat fijn om te zien. Bij mijn zoon geen tranen, hij vertelde dat hij die dag ervoor had gehuild en dat vond hij wel genoeg. Die dag wilde hij alleen maar blij zijn en hij werd van plezier juist een beetje melig. Nadat de begeleiding voor mij een thermoskan heet water voor de thee en voor hem een pak chocolademelk had meegebracht dronk hij direct uit het pak. Toen ik daar wat van zei reageerde hij met een ondeugende blik dat hij als enige chocolademelk dronk met dat warme weer. Hij schopte zachtjes tegen de voeten van de begeleider. Uitdagen op een manier die veel jonger is dan zijn kalenderleeftijd met zijn pop Ender als backup. En altijd net even de grens opzoeken omdat een overgangsmoment toch altijd spannend is, zeker als je moeder na zoveel weken weer op bezoek mag komen.

Mijn man die het verstandiger vond als ik deze keer na al die weken alleen zou gaan, belde op via Facetime. Zo was hij er ook een beetje bij en konden ze elkaar begroeten. En aangezien de ruimte op de tweede etage was, was het achteraf gezien helemaal goed dat ik alleen was. Als mijn man een keer meegaat moeten we er even aan denken dat we dat op tijd doorgeven. Misschien is er dan ook wel een ruimte beneden beschikbaar of een ruimte op de eerste etage. Eén trap gaat net maar twee lukt gewoon niet meer.

Enthousiast reageerde mijn zoon op het voorstel om naar buiten te gaan en eensgezind besloten we naar het oude centrum van Elburg te lopen. Op dinsdagochtend is er een kleine markt met een loempiakraam vlakbij een park. Met de versgebakken loempia’s zochten we een bankje onder de bomen en genoten van deze spontane lunch. Met plezier zag ik toe hoe mijn zoon drie van de vier loempia’s wegwerkte terwijl hij naar de fontein keek en na de loempia’s zijn Minecraft-bouwwerken op de switch liet zien. ‘Ik ben Ikea aan het bouwen,’ vertelde hij trots. Hij liet me de winkel zien met een mooie, gedetailleerde, tapijtafdeling. Ieder tapijt heeft een eigen naam, net als bij de echte winkelketen.

Verder langs de muren van Elburg tot we bij de haven kwamen. ‘Hier heb ik de vorige keer met A (begeleidster) zulk lekker ijs gegeten. Weet je nog dat ik dol op ijs ben?’ Vroeg ik. ‘Ik wijs de weg wel en dan kan ik je als we dat op hebben ook een hele mooie modelboot laten zien achter een raam!’ antwoordde hij enthousiast. Samen genoten we op een muurtje van heerlijk Italiaans schepijs en vulden onze waterflessen bij. Handig zo’n drinkwatertappunt bij de haven, daarna bewonderde ik het bootje achter het raam. Feilloos wees hij de weg. Later liepen we dwars door het stadje weer richting ons beginpunt en zwaaiden onderweg even naar de kapper. ‘Je wordt echt al een Elburger,’ lachte ik. ‘Je weet zo goed de weg en je krijgt je eigen kennissen.’ Hij glunderde van plezier. ‘Ik ben zelfs al een keer alleen hier naartoe gelopen,’ bekende hij. ‘En ook een keertje naar het parkje vlakbij huis, met die berken.’ Ik had dit al van de begeleiding gehoord maar vroeg hem toch, ‘had je dat wel aan de begeleiding verteld?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, een beetje expres niet, C kwam me zoeken,’ lachend keek hij naar me terwijl hij het vertelde. ‘En wat zei C toen,’ vroeg ik? ‘Hij zou het op prijs stellen als ik het voortaan eerst even zou vertellen,’ onbewust sprak hij met precies dezelfde stem en intonatie als de betreffende begeleider en ik verbeet een glimlach. ‘Dat is een verstandig advies,’ antwoordde ik ernstig. ‘Anders maken ze zich ongerust.’ Hij knikte, ‘ik heb tegen Ender gezegd dat ik voortaan niet meer naar hem luister,’ deelde hij mee. ‘Flauw hoor!’ liet hij zijn pop met de stem reageren die hij daar altijd voor gebruikt. Ender spreekt altijd een woordje mee in de conversaties.

De situatie gaf me een dubbel gevoel. Aan de ene kant de blijdschap omdat hij zich zo veilig voelt, aan de andere kant de zorg omdat er in de woning zoveel begeleiding nodig is in de contacten onderling, die ontbreekt als hij alleen gaat wandelen. In onze eigen buurt durfde ik dat nooit aan, soms riepen jongeren bij het winkelcentrum al opmerkingen naar hem als hij met een volwassen begeleider was. Hij valt toch wel op met zijn pop en niet iedereen reageerde altijd verstandig of aardig. Hijzelf ook niet. In gedachte maakte ik een notitie om er op een later moment het er met de begeleiding over te hebben.

Terug in de woning bleken we ruim een uur aan de wandel te zijn geweest, warm van de zon werden we een beetje soezerig. Nadat hij nog wat had verteld over zijn spelletjes en films gaf hij aan dat hij weer graag alleen zou willen zijn. ‘Het was een fijne dag hè? Een geweldige dag!’ bevestigde ik.

Ook de terugreis verliep vlekkeloos, nagenietend voelde het alsof ik vleugels had. ‘Je straalt helemaal,’ glimlachte mijn man toen ik thuiskwam.

Liefde voor het vak.

Bij de Reeuwijkse plassen, naast de surfplas, staat een horecagelegenheid die veel mensen uit deze omgeving wel kennen. In de tijden voor Corona was het er vaak druk en zeker in de zomermaanden stroomde het terras vaak vol.

Ook met mijn jongste zoon heb ik er wel eens wat gegeten en gedronken. Met een glimlach dacht ik eraan terug. Het was een hele fijne middag geweest. Hij was toen juist gestart bij het logeerhuis ‘De Klimroos,’ in Vlaardingen en had heel erg tegen de eerste keer opgezien na een minder goede ervaring. Maar hij was blij en enthousiast toen ik hem afhaalde en wilde die middag zelfs nog fietsen. ‘Doen!’ schreef mijn man kort en krachtig terug toen ik hem een berichtje stuurde over het ongeplande bezoek aan het restaurant. Wetende dat dit soort dingen alleen maar één op één lukte bij mijn zoon, bleef hij rustig thuis. Samen vierden mijn zoon en ik het succesvolle logeren met frietjes en chocolademelk voor hem en een pannenkoek en vers sinaasappelsap voor mij.

Een tijdje geleden zag ik dat er een patatkraam naast het restaurant, was verschenen. Peinzend bekeek ik het geheel, nieuwsgierig hoe de uitbaters van het restaurant deze, tijdelijke, carrièreswitch zouden invullen. Er stond al één oudere dame te wachten op haar bestelling en ik besloot om ook wat te bestellen. Keurig op anderhalve meter natuurlijk, zodat de wind vat kreeg op ons gesprekje en sommige woorden wegblies. Uit wat er van de woorden overbleef bleek dat de meneer in de kraam eerder als ober had gewerkt in het restaurant. Belangstellend keek ik toe hoe hij de frietjes bakte, liet uitlekken en vervolgens in de bakjes schudde. Dat ging allemaal prima, tot zowel de eerste klant als ikzelf een zakje eromheen vroegen. De andere mevrouw om te voorkomen dat haar frietjes weg zouden waaien, zoals eerder haar woorden, want ze wilde haar aankoop in de auto opeten die verderop stond. Zelf leek het me wel leuk om mijn ongezonde hap aan het water op de te eten, natuurlijk in de hoop dat de frisse lucht het ongezonde ervan zou compenseren.

Maar probeer maar eens in de wind een papieren zakje om een bakje frietjes te schuiven. Dat viel nog niet mee. Moedeloos gaf de tijdelijke patatbakker het op en gaf ons het zakje en de friet apart in onze handen. Op de één of andere manier vond ik het wel vertederend.

Op een rustig plekje aan het water met het uitzicht op een groep windsurfers die al naar gelang hun ervaring over het water scheerden, dan wel kopje onder gingen, keurde ik mijn aankoop. De smaak was matig naar mijn oordeel. Ik mistte er iets aan, een onmisbaar ingrediënt.

Liefde… je kon merken dat de frietjes zonder liefde waren gebakken. Meestal staan we er niet zo bij stil, denk ik . Maar liefde is blijkbaar een praktische en onmisbare smaakmaker.

Om het plaatje compleet te maken, een paar dagen later bij de groenteman, was één van de medewerksters fruitsalades aan het klaarmaken. ‘Dat ziet er leuk uit, wat een leuke schaaltjes,’ merkte ik op. Stralend knikte ze me toe, ‘daar doe ik het voor, geeft me een goed gevoel als ik er zorg en aandacht aan besteed.’

Je doet het met liefde,’ flapte ik eruit. ‘Precies,’ lachte ze.

Sammie

Onze nieuwe ‘tijdelijke’ huisgenoot Sammie. Voor hij naar mijn schoonouders verhuist logeert hij bij ons.

Vandaag opgehaald en zo’n nieuwe omgeving vol geurtjes en twee andere katten is heel erg vermoeiend. Tijd voor een schoonheidsslaapje.

Update Woensdag 6 mei. Yoda en Luke bekijken de handvol kitten alsof er ineens een olifant ons huis is binnengestapt. Bijzonder om te zien hoe iedere kat weer een eigen karakter heeft. Luke verdween naar boven en kwam heel af en toe voorzichtig om een hoekje kijken. Yoda durft wat meer risico’s te nemen. Misschien nog de verre herinnering aan de periode dat Luke als kitten binnenkwam? Wel blijft ook Yoda nog op gepaste afstand. De premier zou trots op de anderhalve meter samenleving zijn die zich hier op microformaat afspeelt.

Onze kleine gast nam een onverwachts cadeautje mee. Mijn jongste zoon wilde gisterenavond beeldbellen nadat ik hem wat foto’s had gestuurd. Hij zag Sammie en ook Yoda en Luke moesten even in beeld komen natuurlijk. Na een praatje maken met mijn wederhelft vertelde hij hoe eng hij het virus vindt en wilde weten of ik ook het idee heb dat het de goede kant opgaat. Het zou zo fijn zijn als hij weer bezoek kan krijgen. Want beeldbellen is niet hetzelfde als dat ik op bezoek kan komen. Ook niet onbelangrijk is dat hij wil laten zien hoe zijn nieuwste Zelda spel op de Switch eruit ziet. En verder is het boek van Marc Ter Horst Hé Aardbewoner erg leuk, er staat een mooi hoofdstuk in over vulkanen. Dat moet ik ook een keer met eigen ogen zien. En hij had een nieuwe rampenfilm ontdekt. Venom, een beetje horrorachtig, maar niet echt eng hoor. Ik kan best meekijken. Hierdoor gerustgesteld beloofde ik dat ik dat zeker een keer zou doen. Nu is het wel zo dat bij hem filmscènes anders binnenkomen dan bij mij, zodat hij Bambi een hele heftige film vindt en hij rustig en koelbloedig naar, voor mij, hele enge films kijkt. Dus ik hou nog een slag om mijn arm.

Na al het uitwisselen van beelden en informatie werd hij moe. ‘is het erg om te stoppen mama?’ Zo goed dat hij zijn grenzen aangeeft.

Dit was gewoon een prachtig, onverwachts cadeau…

Meebeleven.

Afgelopen twee avonden vrij drukke diensten gedraaid o.a door een sondevoedingsapparaat wat niet helemaal wilde doen wat de bedoeling was, ondanks het protocol wat ik netjes opvolgde. Waardoor ik meerdere malen terug moest fietsen naar het betreffende adres, wat zag ik over het hoofd? Mijn broodje peuzelde ik, tussen twee andere adressen in, snel tijdens het fietsen op. Niet dat het erg was, want deze week voelde ik me overvallen door een vreemd, treurig gevoel en kon ik bij het minste of geringste huilen. Zelfs de zorg aan de cliënten kon me niet opvrolijken, al denk ik niet dat ze dat merkten. Zij hebben hun eigen zorgen en verdriet. Pas bij de enthousiaste begroeting door de prachtige hond bij één van de cliënten, een kruising tussen een husky en een herder werd ik een beetje afgeleid en kletste ik opgewekt over deze hondenreus en de katten in dit vriendelijke chaotische huishouden. Hoe gezellig ook, het kostte me wel enige moeite om me te concentreren.

Met mijn zoons gaat het allebei goed, ook over mijn broer hoor ik goede berichten en eigenlijk neem ik mezelf mijn sombere stemming kwalijk. Maar ik mis gewoon mijn wekelijkse bezoek aan Elburg, de knuffel van mijn jongste zoon en het te gast zijn in zijn wereld.

Vroeger was mijn broer lid van de Jostiband als meebelever. Met hun tamboerijnen en sambaballen oefenden en speelden deze muzikanten op de achtergrond mee. In de pauze hielpen vrijwilligers hen met koffiedrinken en mijn moeder heeft dit vrijwilligerswerk ook lang met plezier gedaan. Bij mijn zoon heb ik altijd het gevoel dat ik de meebelever ben door zijn wereld binnen te stappen. We kijken samen film, of ik kijk mee met een spel, soms lees ik wat voor of we doen een activiteit. Maar dat werkt alleen als ik er aanwezig ben en dat lukt niet met een telefoontje of door beeldbellen. Tot dat laatste nam hij wel zelf initiatief met het interview in het vorige blog. Hij stuurde me eerst de vraag of het uitkwam (Goed hè, dat ik dat onthouden heb mama? Dat ik eerst moet vragen of je niet aan het werk bent) Eenmaal in beeld liet hij het interview vol trots zien.

Ik denk dat het gemis aan nabijheid iets is wat heel veel mensen in het verpleeghuis en hun familie en vrienden nu herkennen. Het lukt gewoon niet om via de telefoon en beeldbellen in hun wereld te stappen.

Maar vandaag stapte ik ineens zelf een zonnige wereld binnen. Verbaasd besefte ik, dat ik zo in mezelf gekeerd was geweest, dat ik niet eens had gemerkt dat de zon volop scheen. Een beetje aarzelend, nog niet helemaal bereid om volop van de zon te genieten koos ik het fietspad door het park richting de supermarkt en besliste toen om ‘s middags een rondje Reeuwijkse plassen te fietsen.

En hoe zou je somber kunnen blijven bij het zien van de kleurenpacht onderweg, in de bermen? Of bij het zien van de wilde ganzen die met hun kuikens rondzwemmen in de beschutte sloot aan de rand van de plassen en door het gras struinen. Gevorderde en beginnende surfers genoten op hun manier van de wind en het water. Onderweg vond ik een rustig plekje om mijn brood op te eten, de stevige, frisse wind woei het brood bijna uit mijn handen maar het was heerlijk om wegdromen bij de wijde plassen. Alsof de grauwe mist die tussen mijzelf en de buitenwereld hing langzaam vervaagde. Ik moest denken aan vorig jaar toen mijn zoon nog tijdelijk werd opgevangen in een vakantiehuisje in Epe. Elke week wandelde ik ruim twintig minuten van de bushalte naar het vakantiepark. Soms werden mijn zintuigen overspoelt door de kleuren en door de bosgeur die heel anders is dan in ons polderlandschap. Het was eigenlijk heel gewoon om die dingen zo intens te beleven, af en toe trek ik me bewust een poosje terug om even te ‘resetten,’ van alle indrukken. Maar na de afgelopen dagen besef ik mooi het is om zo intens de kleuren op te kunnen nemen en het was echt afschuwelijk om in zo’n grauwe wereld te zitten. Hoe heftig moet het zijn om iemand van wie je houdt voor altijd te missen. Dit is immers tijdelijk. En ook voor mensen die familie met dementie niet op kunnen zoeken waarbij ze steeds meer vergeten tot je zelf geen deel meer uitmaakt van hun belevingswereld.

Ja, het gaat goed met mijn zoon. En ik weet dat het niet goed met hem zou gaan als hij nu thuis zou wonen. Want ook bij hem komt alles intens binnen. Geuren, geluiden en kleur, allebei raken we enorm uit balans als we aangewezen zijn op elkaars gezelschap en ik de energie mis om hem uit zijn wereldje te halen en de prikkelrijke buitenwereld in te gaan. Hoe mooi is het niet om dan de eerste foto te zien in deze blog waarbij hij vrolijk op een kleed in de zon ligt. Met zijn poppen, samen met een andere jongere van zijn woning.

Dit mengsel van wilde bloemen kwam ik tegen in Reeuwijkbrug. Er stond een bordje bij waarin gevraagd werd aan de gemeente of ze deze berm niet wilden maaien. Met dit mooie resultaat. Helaas hebben slakken veel van de opgekweekte bloemenzaadjes waar mijn man zoveel tijd en energie in had gestoken opgegeten. Vorig jaar stond onze tuin ook vol met een wilde bloemenmix.

Rondje om de kerk

Het was vanmiddag erg rustig rond onze oude Sint Jan. Met ruimschoots anderhalve meter afstand kon ik op een bankje van het zonnetje genieten en later wat foto’s nemen. En nog even over een ontmoeting nadenken die ik daarvoor had gehad met een collega, die intramuraal werkt op een covid afdeling. We hebben vroeger jarenlang samengewerkt in de nachtdienst en konden altijd goed met elkaar praten. We glimlachen allebei als we aan die tijd terugdenken.
Verder ziet ze er moe uit, het werkt is zwaar, niet alleen door alle beschermende maatregelen maar ook door de eenzaamheid van haar cliënten. Dat ligt als een zware last op haar schouders. Ik kon niet veel doen, alleen maar luisteren, op anderhalve meter voelt dat luisteren toch anders, we maken een gebaar van omhelzen…

Vanaf het bankje keek ik direct op dit schilderachtige balkonnetje, erachter zit het museumrestaurant verscholen. Nu natuurlijk hermetisch gesloten evenals het museum zelf. Over de muur zie je nog net, als je goed kijkt, de gebroeders Crabeth staan. Net rechts van de boom. De Goudse glazeniers waar we het beroemde glas in lood aan te danken hebben kunnen zo mooi een oogje op hun levenswerk houden.

Het zonlicht is zo helder. Het doet een beetje onwerkelijk aan als je bedenkt dat de wereld op slot zit. Het spel van licht en schaduw op de Joodse begraafplaats leek dit te onderstrepen.

Achter de Joodse begraafplaats ligt de Groeneweg. Daar aan de gevel van de huidige Casimirschool hangt dit herdenkingsbord. Achter deze sobere woorden schuilt een heel drama.


Frits Stolk heeft er een zusje bijgekregen al speelde haar leven zich eeuwen geleden af. Geertje Dircx is dankzij het prachtige boek van Simone vd Vlugt uit de schaduw naar voren gekomen. Vroeger stond er een ander gebouw op deze plek. Het oude spinhuis. Het boek van Simone vd Vlugt is een aanrader als je hier meer over wilt weten. Als ik hierlangs fiets moet ik altijd even aan Geertje denken. Wat zal ze eenzaam zijn geweest. Een andere tijd, een andere eenzaamheid, maar toch…

https://www.amboanthos.nl/boek/schilderslief/