Een weekend in het Rooborstje!

Dit uitstapje, of toch maar deze?

Mijn jongste zoon en ik waren een paar weken geleden een weekend naar Drenthe. Maanden van te voren struinde ik internet af naar leuke dingen om te doen in de omgeving en ook naar een geschikt huisje. Eerst leek me een pipowagen wel erg leuk maar toen ik las dat je dan van een algemene sanitaire ruimte gebruik moest maken viel deze af. Uiteindelijk werd het een leuk, verzorgd en eenvoudig huis in Hoogersmilde, Het Roodborstje, met een prachtige tuin, veel vogeltjes, eekhoorns, veel privacy en een vuurkorf… ‘Yes! Een vuurkorf, dan kunnen we zelf brood aan een stok bakken,’ zei mijn zoon enthousiast. Hij had een mooie herinnering aan een activiteit in het Archeon waar hij jaren geleden brood aan een stokje boven open vuur had gebakken. Naast de voorpret was het ook wel heel spannend. Voor mijzelf alleen al omdat ik nog nooit naar Hoogersmilde had gereden en ik geen held ben in de auto. Voor vertrek bekeek ik de route en stelde mezelf gerust met het feit dat het er vanaf Elburg er niet ingewikkeld uitzag en niet ver weg was. Voor mijn zoon dubbel spannend, zondag zou zijn broer met zijn vriendin een dagje naar Drenthe komen om zijn verjaardag te vieren.

Die bewuste zaterdag werkte het weer mee en mijn man moest lachen toen hij zag wat ik allemaal klaar had gezet in de gang. ‘Twee nachtjes toch?’ Het is altijd verbazend wat je allemaal nodig hebt voor een weekendje weg. Na het inladen namen we afscheid. ‘Gaat het echt wel zo alleen?’ Vroeg ik bezorgd. ‘Geen zorgen,’ lachte hij. ‘Twee dagen lukt prima hoor, geniet ervan en doe voorzichtig!’

In Elburg had mijn zoon al een tas met kleding, een doos lego, een selectie poppen, zijn iPad en Switch klaargezet. ‘Goed gedaan,’ gaf ik hem een complimentje. ‘Weet je nog hoeveel knuffels en spullen ik vroeger meenam naar het logeerhuis?’ Merkte hij op. Ik knikte, daarbij vergeleken was het nu een hele bescheiden selectie met maar een stuk of zes poppen en wat speelgoed. Nadat we alles in de auto hadden gezet namen we afscheid van de groepsleiding en aanwezige huisgenoten en gingen we op weg. De route ging via Oldebroek naar de snelweg, weer eens wat anders dan via ‘t Harde of Nunspeet waar ik wekelijks langskom en het bracht ons gelijk in een vakantiestemming. De eigenaren van het vakantiehuisje hadden me via de mail een sleutelbrief gestuurd die ik had uitgeprint. Geïnteresseerd las mijn zoon hardop de routebeschrijving voor. ‘Dat lijkt me niet ingewikkeld hoor,’ zei hij geruststellend. Ik knikte, ‘ik heb pakjes drinken en krentenbollen bij me, ‘zullen we even stoppen bij de volgende parkeerplaats? Dan kan ik ze gelijk even bellen dat we eraan komen.’ Ze zouden het huisje dan alvast open doen en de sleutel op de tafel klaarleggen, zo gemoedelijk in tegenstelling tot de grote vakantieparken waar je de sleutel bij de receptie af moet halen.

‘U bent een beetje vroeg,’ zei een vriendelijke vrouw even later aan de telefoon. ‘Officieel kunt u pas om drie uur in het huisje want we zijn nog aan het schoonmaken.’ Verbouwereerd keek ik voor me uit. Dat was weer echt wat voor mij om over zoiets heen te lezen. ‘Maar u kunt er wel over een uur in hoor. Dan zijn we wel klaar.’ Ik dacht even na, ‘doe maar rustig aan hoor, we wilden toch nog even naar het Natuurcentrum in Appelscha, dan doen we dat eerst. Je vindt het toch niet erg?’ Vroeg ik aan mijn zoon toen ik even later de routeplanner opnieuw instelde. ‘Nee hoor, ben wel benieuwd naar het Natuurcentrum.’ Reizen heeft beslist een goede invloed op hem, wat ik wel een interessant gegeven vind, gezien het feit hoeveel invloed autisme heeft op hem in het dagelijkse leven. Na een paar gemiste afslagen, waar we allebei nogal laconiek op reageerden, kwamen we aan bij het Natuurcentrum waar we een genoeglijk uurtje doorbrachten. Van zijn oma en opa zowel als van zijn bonus oma en opa had ik extra zakgeld voor zijn verjaardag meegekregen en hij zocht een paar mooie stenen uit. ‘Die passen mooi bij mijn verzameling en dit boek over kristallen en edelstenen is ook erg interessant.’

Na wat zoeken kwamen we later bij het huisje aan. ‘Wat een mooie tuin,’ zei ik enthousiast en na het uitpakken van onze spullen maakten we een rondje in de tuin om wat foto’s voor mijn man te maken om daarna aan de tuintafel wat te drinken. ‘Heerlijk hè, zo in de tuin, jullie boffen met het weer.’ De eigenaren van het huisje kwamen even langs om te kijken of alles naar wens was. ‘Bedankt dat we er wat eerder in konden,’ lachte ik een beetje verlegen met mijn vergissing in de tijd. ‘Wat een grote vuurkorf staat er,’ zei mijn zoon, ‘mogen we hem vanavond aansteken? Natuurlijk, daar staat hij voor,’ de man van stel lachte om zijn enthousiasme, ‘Zal ik jou even laten zien waar de kussens voor de tuinstoelen liggen? Dan zal ik straks nog even wat extra aanmaakblokjes neerleggen.’

Na dit hartelijke welkom pakten we de fietsen die we mochten gebruiken om boodschappen te doen waarna ik het brooddeeg klaarmaakte, in het huisje was het koel dus ik zette het deeg in een bak met lauwwarm water om te rijzen. Onderwijl gingen wij geschikte stokken zoeken in het bos om bij de vuurkorf te gebruiken. Na wat gepuzzel, het was de eerste keer dat ik een vuurkorf aanstak, kregen we toch echt een vuurtje. Geen perfect vuurtje maar hoe dan ook, het brandde dan toch maar. Ik hield de gevonden stokken even in het vuur om ze schoon te maken en met een beetje moeite lukte het om de worstjes aan de stokken te prikken en het brooddeeg eromheen te boetseren. Helemaal gaar werden de broodjes niet maar het was wel erg leuk. Voldaan, vuil van het roet en de rook dook mijn zoon die avond al vroeg onder de douche en in bed.

De volgende dag zouden mijn oudste zoon en zijn vriendin vroeg in de middag vanuit Breda in Hoogersmilde aankomen en wij gingen in de ochtend op de fiets naar de Boswegtoren in Appelscha. Onderweg leidde de route over een drukke autoweg en mijn zoon durfde er niet overheen te fietsen. Met de fiets aan de hand overwonnen we het viaduct en fietsten weer verder door de prachtige bossen. De bewuste toren staat bovenop de wortels van een eeuwenoude eik. Het verhaal rond de toren fascineerde ons en de tijd vloog voorbij. Door de coronaregels moesten we me met de lift naar boven en met de trap naar beneden, minder valide bezoekers uitgezonderd natuurlijk. Mijn zoon twijfelde even wat hij zou doen, trappen zijn niet zijn ding en best eng. ‘Ik ga met de trap,’ zei hij toen resoluut. Een hele overwinning wat we in het naastgelegen restaurant vierden met een welverdiend ijsje. Zijn zelfvertrouwen gaf hem de moed om op de terugweg fietsend het viaduct over te steken en we waren allebei erg trots op zijn prestatie.

Aan het begin van de middag belde mijn oudste zoon. ‘We staan bij groene huisjes, maar weten niet zeker of we wel goed zitten?’ Was ik toch niet de enige die moest zoeken dacht ik gerustgesteld. ‘Het is een weggetje ergens tegenover een paardenweide. Ik loop wel even naar de weg, het is vlakbij.’ Mijn jongste vulde aan, bij een rode brievenbus moet je erin rijden.’ Even bleef het stil, ‘kun je me de coördinaten doorsturen?’ Verbaasd dacht ik na. ‘Eh, hoe doe ik dat?’ Mijn oudste lachte, ‘Laat maar, als het niet te lastig is om naar de weg te lopen dan komt het wel goed.’ Natuurlijk kwam het inderdaad goed. Mijn jongste nam blij het cadeau in ontvangst wat hij kreeg. Een tweede controller voor de ps4. ‘Moet je het cadeau niet uitpakken?’ vroeg ik een beetje verwonderd. ‘Nee, dan beschadigd hij misschien tijdens de terugreis. Ik pak hem thuis uit.’

Met het allegaartje wat ik in de koelkast had lunchten we gezellig aan de tuintafel. Echt ik ben af en toe zo’n dromerige chaoot en zonder het boodschappenlijstje waarmee mijn man me normaal gesproken op pad stuurt was de inhoud van de koelkast van een wat vreemde samenstelling. Gelukkig vonden we gerookte zalm en aardbeien en had de lunch alsnog iets feestelijks. Van te voren hadden we al gepland dat we die middag met zijn vieren naar het Oermuseum in Diever zouden gaan. Tot mijn opluchting bood mijn oudste aan om met zijn auto te gaan. Het Oermuseum is echt een aanrader. Heel leuk opgezet en we vermaakten ons er prima. Mijn jongste wilde graag wat graan malen en ik stuurde een appje naar de molenaarsgroep. Tenslotte moet de voorloper van onze grote windmolens wel gedeeld worden. Vanavond eigengebakken koekjes? Reageerde één van de molenaars terug. Hij wil het meel bewaren als souvenir, schreef ik terug. Dan weet hij nog niet hoe lekker koekjes zijn van eigen gemalen meel, was de reactie die wel past bij een molenaar, want waarom zou je anders meel malen? In het winkeltje kocht de jongste en stukje versteend hout als souvenir. ‘Die komen hier allemaal uit de streek,’ vertelde de vrijwilliger bij de kassa. ‘Het komt van de steunpalen die men in de ijstijd gebruikte om de huizen te verstevigen.’ Geboeid keken we naar het stukje hout. Het idee dat iemand uit de ijstijd dat ooit had aangeraakt was wel erg interessant.

Het Hunebed in Diever was maar een kilometer verderop en we liepen er genietend van het mooie weer naartoe. De sfeer was zo leuk en ik genoot van de gemoedelijke plaagstootjes die onderling werden uitgedeeld.

‘Je mag niet op het Hunebed klimmen,’ verschrikt keken we op. Ik stond met mijn telefoon in de aanslag om een foto te nemen terwijl de anderen op het Hunebed waren geklommen. ‘Waar staat dat?’ Vroeg mijn oudste zoon. We hadden geen waarschuwing gelezen. ‘Het heeft in alle Drentse dagbladen gestaan, Je kunt er 300 euro boete voor krijgen,’ reageerde de man verwijtend. ‘Die lees ik niet zo vaak in Breda,’ lachte mijn zoon. ‘De waarschuwingsborden worden telkens door de jeugd gesloopt,’ mopperde de man nog even door maar even later ontdooide hij door de vriendelijke open houding van de vriendin van mijn oudste. Enthousiast vertelde hij over zijn vrijwilligers werk rond de Hunebedden en het Oermuseum en dat hij het stokje na ruim 40 jaar ging overdragen aan een jongere generatie. ‘Volgens mij had hij gewoon behoefte aan een praatje,’ lachte ze op de terugweg naar het dorp.

Die avond, nadat mijn oudste en zijn vriendin afscheid hadden genomen hoorden we de regen op het dak roffelen. Mijn jongste zoon liet me een spel zien en af en toe las ik in mijn boek. We hadden zoveel gedaan dat we het helemaal niet erg vonden dat het regende. Die nacht sliep ik onrustig door het naderende vertrek en uiteindelijk besloot ik om half zes een kop koffie te zetten. Ook mijn zoon was vroeg wakker en samen maakten we de laatste etenswaren op. ‘Zullen we nog even langs de toren rijden om afscheid te nemen?’ Hij had nog even getwijfeld of hij liever in één keer naar Elburg wilde of toch nog maar even langs de Boswegtoren? ‘Prima hoor, dan rijden we via Appelscha naar Elburg.’ We pakten de laatste spullen in en namen afscheid van de eigenaren van het huisje. Voor mijn zoon een extra leuk afscheid, hij kreeg twee heerlijke repen chocolade omdat hij jarig was. ‘Dank u wel,’ zei hij blij. ‘Ik weet niet of ik deze smaken lust want ik eet eigenlijk alleen een ander merk maar ik ben er toch erg blij mee.’ Ze schoten in de lach. ‘Als je ze niet lust geef je ze maar weg hoor maar je achttiende verjaardag is wel wat chocolade waard.’ Mijn zoon knikte, daar was hij het helemaal mee eens. Na dit leuke afscheid reden we via Appelscha terug naar Elburg. Daar zou hij ‘s middags zijn verjaardag met de groep vieren, zijn souvenirs een plekje geven en had hij een hoop verhalen om te delen.